Pootgoedsnijders oneens met verbod
Peter Roose en Gert-Jan van Tilburg zijn het niet eens met het verbod op het snijden van pootgoed. ‘Veel te kort door de bocht’, aldus de eigenaren van pootgoedsnijderij De Tweeslag in Bant.
reacties »
VTA: 31 procent aardappelen nog in bewaring
Van de aardappeloogst 2011 lag medio april nog 31 procent in bewaring. Dat komt overeen met het gemiddelde over de afgelopen vijf jaar. Dat blijkt uit een voorraadinventarisatie van de Verenigde Telers Akkerbouw (VTA).
BAI: ruim helft voorraad aardappelen nog vrij
Van de voorraden aardappelen bij akkerbouwers is medio april 57 procent, ofwel 650.000 ton nog vrij verkoopbaar. Dat blijkt uit de opbrengst- en voorraadmeting van het Bureau Aardappelmarkt Informatie (BAI).
Nieuws van buitenaf
Pootgoedexport sterk teruggelopen in februari
De pootgoedexport komt nogal wat lager uit dan vorig jaar. De oorzaak is de verminderde afname van pootgoed door Europese landen. Azi, Amerika en Afrika zaten in februari op ongeveer dezelfde volumes als in 2011.…
bron: www.boerenbusiness.nl
Nacontrole pootgoed verloopt gestaag
Het verlagingspercentage bij de nacontrole van pootgoed is nu 13,8%.…
bron: www.nieuweoogst.nu
Kennis documenten
invloed bewaring op de Rhizoctonia-onderdrukking in het veld
Bij de teelt van aardappelen kan Rhizoctonia grote schade toebrengen. Ter voorkoming van schade kan vóór het poten een knolbehandeling of tijdens het poten een knol/grondbehandeling worden uitgevoerd. Rhizoctonia is een schimmel die in de bodem aanwezig is en ook door aardappelen wordt overgebracht. Middel A wordt toegepast tijdens de bewaring om pootaardappelen kiemvrij te bewaren. In de praktijk is gebleken dat middel A ook de Rhizoctonia-aantasting bij opkomst vermindert. Alles wijst op een lagere vitaliteit van Rhizoctonia tijdens de opkomst van de planten. Om dit te ondersteunen is in het bewaarseizoen 2004-2005 en 2005-2006 in opdracht van Hoofdproductschap Akkerbouw een bewaarproef uitgevoerd op het PPO in Lelystad en Valthermond. Daarnaast is in het groeiseizoen van 2005 en van 2006 een veldproef uitgevoerd om de effecten van middel A op Rhizoctonia tijdens het groeiseizoen te kunnen beoordelen. De 2 x 50 + wekelijks constant (object O) en in iets mindere mate de 2 x 50 + Advies (object N) toediening van middel A gaven in een consumptieras een betrouwbare verlaging van de vitaliteit van Rhizoctoniasclerotiën, minder zwaar aangetaste stengels, meer stengels per plant en minder knolmisvorming. De netto-opbrengst werd door de behandeling met middel A verbeterd en bleef niet ver achter bij de Moncereenbehandeling bij verschillende niveaus van Rhizoctoniadruk op de knol. De hoogste doseringen van middel A waren rendabel. Met een zetmeelras waren de adviesbehandeling, wekelijks constant of dagelijks constant het meest rendabel en bleven weinig achter bij de Moncereenbehandeling. Samenvattend kan gesteld worden dat wanneer een behandeling met middel A wordt uitgevoerd om de kieming van aardappelen in de bewaring tegen te gaan, hiermee ook een bestrijding van de Rhizoctonia op de knol verkregen wordt. Extra hoge doseringen aan het begin van de bewaring toegediend leiden tot een nog betere bestrijding die in de consumptieteelt of bij hogere rhizoctoniabesmettingen ook rendabel zijn.




