Extra maatregelen tegen verspreiding bacterieziekte Cff

Aanleiding voor het instellen van extra maatregelen zijn recente uitbraken en vondsten van Cff in geïmporteerd bonenzaad, ook in Nederland. Cff heeft de status van quarantaine-organisme. In de Europese Unie gelden daarom eisen om dit organisme te weren en te bestrijden.
De extra maatregelen staan in een nieuwe Europese verordening die op 23 juli 2025 in werking treedt. Voor de zaaizaden en jonge planten van de volgende waardplanten van Cff gaan de nieuwe maatregelen gelden: soja (Glycine max), pronkboon (Phaseolus coccineus), limaboon (Phaseolus lunatus), gewone snij- en sperzieboon (Phaseolus vulgaris), azukiboon (Vigna angularis), uradboon (Vigna mungo), mungboon (Vigna radiata), kousenband (Vigna unguiculata) en tuinboon/veldboon (Vicia faba).
De NVWA heeft de belangrijkste veranderingen voor telers, veredelaars/zaadbedrijven, handelaren en importeurs als gevolg van de extra maatregelen op een rij gezet:
1. Surveyverplichting in de teelt van specifieke waardplanten
Vanaf 23 juli 2025 tot en met 30 april 2029 geldt een jaarlijkse surveyverplichting in de teelt van deze specifieke waardplanten. Dat betekent dat de NVWA surveyinspecties gaat uitvoeren bij bedrijven die deze waardplanten telen. NVWA-inspecteurs controleren de gewassen (visueel) op symptomen van Cff. Als zij symptomen aantreffen, nemen zij een monster om te onderzoeken op Cff.
De NVWA gaat ook surveys uitvoeren in stroken rondom percelen met teelt van specifieke waardplanten. Zo wil de NVWA zo goed mogelijk inzicht krijgen in de mate van verspreiding van Cff. De NVWA-inspecteurs nemen monsters van onkruiden, ook als er nog geen symptomen van Cff zichtbaar zijn.
Bij een vondst van Cff legt de NVWA maatregelen op. Dit betekent onder andere dat het gewas en de onkruiden zo snel mogelijk van het land af moeten. Bijvoorbeeld door het onderwerken van het gewas of de onkruiden. Daarnaast gelden er direct hygiënemaatregelen en een teelt- en opplantverbod voor vlinderbloemigen voor de twee opvolgende kalenderjaren.
2. Nieuwe importeisen
Bij import van zaaizaden en jonge planten van deze waardplanten gaan nieuwe importeisen gelden. De nieuwe importeisen gelden vanaf 23 april 2026.
Er gelden vanaf dan vier opties bij import van zaaizaden en jonge planten:
- Het land van herkomst staat officieel bekend als vrij van Cff.
- Het plantmateriaal komt uit een gebied dat vrij is van Cff. Dit is officieel verklaard door de autoriteiten in het land van herkomst.
- Het plantmateriaal is afkomstig van een productielocatie die onder toezicht staat van de officiële autoriteiten. Het plantmateriaal is getoetst en vrij bevonden van Cff.
- Partijen zaaizaden zijn voor export getoetst en vrij bevonden van Cff.
De exporteur in het land van herkomst buiten de EU (derde land) moet ervoor zorgen dat het te exporteren plantmateriaal aan een van deze eisen voldoet. In de bijschrijving op het bijbehorende fytosanitair certificaat moet staan aan welke eis is voldaan.
3. Verplichte importcontroles zaaizaden
Vanaf 23 april 2026 geldt een inspectieplicht bij import uit derde landen van zaaizaden van: limaboon (Phaseolus lunatus), azukiboon (Vigna angularis), uradboon (Vigna mungo), mungboon (Vigna radiata) en kousenband (Vigna unguiculata). Zaaizaden van deze plantensoorten komen op de lijst van certificaat- en inspectieplichtige producten in bijlage XI van Verordening (EU) 2019/2072.
In Nederland voeren de keuringsdiensten deze importcontroles uit. Dat betekent dat inspecteurs van de keuringsdiensten zendingen zaaizaden van alle specifieke waardplanten gaan controleren. Zendingen met zaaizaden die inspectieplichtig worden, moet vanaf dat moment aangemeld worden voor een importcontrole.
Voor zaaizaden van gewone boon (Phaseolus vulgaris), pronkboon (Phaseolus coccineus), soja (Glycine max) en tuinboon/veldboon (Vicia faba) geldt momenteel al een inspectieplicht. Deze blijft van kracht.
Verplichte bemonstering van zaaizaden van Phaseolus vulgaris en Phaseolus coccineus blijft van kracht
De NVWA blijft steekproefsgewijs zendingen zaaizaden van gewone boon (Phaseolus vulgaris) en pronkboon (Phaseolus coccineus) uit derde landen bemonsteren bij import, in ieder geval tot de nieuwe importeisen ingaan op 23 april 2026. Wel is het percentage steekproeven in juni 2025 verlaagd. De NVWA onderzoekt momenteel minimaal 10 procent van de zendingen met zaaizaden van Phaseolus vulgaris en Phaseolus coccineus uit derde landen op de aanwezigheid van Cff.
De NVWA voert deze verplichte importtoetsing uit vanwege een verhoogd risico op besmetting van zaden. In zendingen zaaizaden uit derde landen is Cff aangetroffen. Het ging ook om zendingen uit landen waarvan niet bekend is dat Cff daar voorkomt. Veel derde landen toetsen niet op Cff, bleek uit contact tussen de NVWA en de autoriteiten van deze landen. Deze landen hebben tijd nodig om de toetsing goed te kunnen inrichten. Ze hebben hier 9 maanden de tijd voor gekregen nadat Verordening (EU) 2025/1316 in werking treedt. Dan gaan de nieuwe importeisen gelden.
Een zending valt buiten de steekproef als het herkomstland op het fytosanitair certificaat heeft verklaard dat alle partijen in de zending zijn getoetst op Cff en hiervan zijn vrij bevonden.
Beeld: Natasja Beverloo
Bron: NVWA