‘Talent is de vaandeldrager van de groene middelen’
Sector zet in op behoud natuurlijke kiemremmer

Hoe groen wil je het hebben? De verbazing was groot, toen dit voorjaar werd aangekondigd dat aardappeltelers er rekening mee moeten houden dat er een streep gaat door het middel Talent, de natuurlijke kiemremmer op basis van karwijolie. Leverancier Adama krijgt een verlenging van de toelating niet rond, omdat het College voor de toelating van gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Ctgb) onvoldoende informatie heeft over de veiligheid voor het waterleven. En het is onmogelijk om op korte termijn de ontbrekende informatie aan te leveren. Daarvoor is eerst extra onderzoek nodig, laat Kevin de Lange, technisch support manager Akkerbouw bij Adama, weten. Hoewel een finale uitspraak van de beoordelingsinstantie er begin augustus nog altijd niet is, is de kans groot dat de toelating nog dit jaar wordt ingetrokken.
Wat is er aan de hand? Alle stoffen die als gewasbeschermingsmiddel op de markt zijn, moeten iedere tien jaar worden herbeoordeeld. Daarvoor moeten de toelatinghouders nieuwe studies aandragen, volgens de dan geldende inzichten en regels. Voor carvon, de actieve stof in het middel Talent, stond die herbeoordeling voor 2019 op de rol. Maar de beoordelingsinstantie kampt met een grote achterstand en heeft het destijds aangeleverde dossier pas afgelopen jaar kunnen oppakken. Daarbij kwam een gat in de kennis aan het licht. „Het is een situatie die niemand wil”, zegt de Lange.
Dampen
Bij het verversen van de lucht uit de bewaarplaats, worden carvondampen naar buiten geblazen die vervolgens verdunnen en neerslaan in de omgeving. In het oppervlaktewater rond bewaarschuren is onderzoek gedaan naar concentraties en daaruit is in één situatie een overschrijding van de norm gebleken. Wat hiervan de reden is, hoe vaak dat gebeurt, en hoe schadelijk dat kan zijn voor het waterleven: daarover kan op dit moment geen uitsluitsel worden gegeven. Er is geen bewijs dat het veilig is en ook geen bewijs dat het niet veilig is.
Voor de duidelijkheid: de veiligheid voor de mens staat niet ter discussie. De Europese voedselveiligheidsinstantie EFSA heeft de stof afgelopen jaar weer voor tien jaar goedgekeurd. „Aan de andere kant moet je zo realistisch zijn dat een groen middel niet per se beter is voor het milieu. Ook die middelen moeten volgens protocol beoordeeld worden. Wat dat betreft doet het Ctgb gewoon zijn werk”, zegt De Lange. Hij benadrukt dat Adama er alles aan doet om het middel weer regulier toegelaten te krijgen en ziet daar goede kansen voor. „Wel is het mogelijk dat er aanpassingen nodig zijn in de manier waarop we het middel gebruiken.”
Geen gat
BO-akkerbouw, LTO Nederland en de Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO) zien ook het belang van het middel en hebben aangegeven te willen helpen waar nodig. De impact van een verlies is namelijk best groot. Volgens schattingen van Adama wordt het middel op 20 procent van het pootgoedareaal toegepast, vooral in rassen die van zichzelf weinig knollen maken. Daarnaast bespaart de toepassing energie, doordat het pootgoed warmer kan worden bewaard. Alternatieven zijn er wel, maar ze werken minder goed of niet in alle rassen.
Hoe heet wordt de soep nu gegeten? Vanwege de opgebruiktermijn, die meestal wordt gehanteerd, verwacht Adama dat telers het middel komend bewaarseizoen nog wel kunnen gebruiken. Daarna is het even onzeker. Mocht er zicht zijn op verlenging, ondersteund door nieuwe onderzoeksresultaten, dan is wellicht een tijdelijke vrijstelling mogelijk, aldus Bert Waterink, Coördinator Effectief Maatregelen- en Middelenpakket (CEMP) bij BO Akkerbouw. „We proberen gezamenlijk op te trekken, met als inzet om geen gat te laten vallen.”
Vaandeldrager
Het is ook Waterink niet ontgaan dat er nogal wat commotie is ontstaan rond het middel. „De nu ontstane situatie is een eyeopener voor telers en voor de politiek. Ook een mooi groen middel als dit, dat ook gebruikt mag worden op biologische bedrijven, blijft niet vanzelfsprekend op de markt.”
Aardappelkweker Jan Eric Geersing, die vanuit het vroegere Luxan al betrokken was bij de ontwikkeling van het middel, vindt het een zorgelijke ontwikkeling. „De algemene teneur is ongeloof. En ik vrees dat het effect groot kan zijn. Talent is toch een beetje de vaandeldrager van de groene middelen. Er zit een hele batterij aan mooie laagrisicomiddelen aan te komen. Maar met zoveel onzekerheid worden bedrijven voorzichtiger en grijpen telers terug op oude, vertrouwde middelen. Hopelijk wordt dit snel opgelost, want het doet de innovatie geen goed.”
De lange geschiedenis van carvon
Talent is een kiemremmingsmiddel op basis van de werkzame stof carvon, een etherische olie die gewonnen wordt uit zaden van de karwijplant. Al in de jaren tachtig ijverde een groep karwijtelers uit het Oldambt voor een toepassing als kiemremmer in aardappelen en lieten de mogelijkheden daarvoor onderzoeken bij het toenmalige ATO-DLO in Wageningen. Uit het onderzoek bleek dat het middel geschikt was als spruitremmer en dat het bovendien interessante nevenwerkingen had, zoals een onderdrukkend effect op bewaarziekten (fungicide werking). Ook werd toen al nadrukkelijk gewezen op de mogelijkheden voor de pootgoedteelt. Fabrikant Luxan pakte de handschoen op en bracht een middel op basis van carvon op de markt, een activiteit die later werd overgenomen door Adama. Onder de merknaam Talent wordt het middel nu vooral toegepast om rassen die van zichzelf weinig stengels en knollen maken, te stimuleren meer stengels te vormen. Talent wordt onverdund koud verneveld als ruimtebehandeling en heeft dan de karakteristieke geur van karwij. Wat het middel doet, is het wegbranden van de topspruit, waarna er meerdere ogen uitlopen. De toepassing start rond Sinterklaas, met een hoge dosering (25 ml per ton per week) die gedurende het bewaarseizoen geleidelijk wordt verlaagd richting het pootseizoen. Bewaren kan bij hogere temperaturen dan normaal (7-9 graden). Dat kan, omdat de knol rustig blijft. Met hulp van diverse kennispartners zijn de toepassingen steeds preciezer en rasspecifieker geworden. Via een app kunnen telers opzoeken hoe verschillende rassen reageren en welke combinatie van dosering en bewaartemperatuur het optimale resultaat geeft. Nederland is het enige land in Europa waar het middel op grotere schaal gebruikt wordt. De Nederlandse karwijteelt, waar het destijds allemaal mee begon, is er uiteindelijk weinig mee opgeschoten. Met enkele tientallen hectare per jaar is het gewas zo goed als verdwenen.

