Aaldert Hoving, akkerbouwer in Tynaarlo (DR)
‘Warmer bewaren en geen opkomstproblemen dankzij Talent’

De aanvankelijke reden was simpel. „De winters werden steeds warmer, terwijl wij ons pootgoed in een eenvoudige opslag met alleen buitenlucht bewaren. Vroeger lukte het mijn vader nog wel om de cel de hele winter lang op 5 graden te houden. Maar dat is vandaag de dag niet altijd meer mogelijk. Nu we op deze manier bewaren, kunnen we een constante temperatuur van 7 graden aanhouden. Dat lukt meestal wel, als je op de juiste momenten ververst.”
Hun eigengeteelde pootgoed rijdt Hoving als veldgewas losgestort de schuur in, waar ze drie vakken hebben voor drie rassen: Seresta, Avenger en Festien. Het meest kiemlustige ras, Seresta, legt hij het dichtst bij de ventilator. Behandelen doet hij wekelijks. Om ervoor te zorgen dat de poters op tijd los zijn, stopt hij vier weken voor het poten met de behandeling. „Dat moment is natuurlijk een beetje gissen, maar uiterlijk half maart stop ik. Dit jaar waren we vrij vroeg aan het poten en zat er geen vier weken tussen. Maar dat komt ook wel goed.”
Nog nooit opkomstproblemen
Hoving heeft het idee dat het voor de fysiologie en de gezondheid van de poter een goede manier van bewaren is. „We hebben nog nooit opkomstproblemen gehad. Ook niet met het ras Avenger, waar de laatste jaren weleens wat problemen mee zijn.” Ze scheppen de poters zo uit de bewaring op de kipper en in de pootmachine, zonder te sorteren. „Ik blijf er het liefst zoveel mogelijk van af. Dat geeft de minste kans op versmering van ziekten.”
Of de Talent-behandeling ook meeropbrengst geeft, is niet helemaal duidelijk. „Ik heb weleens wat behandelde en onbehandelde partijen naast elkaar geteeld, maar ik ben natuurlijk geen proefbedrijf. Toch heb ik wel de indruk dat je gauw een stengeltje en een knol meer hebt.”
Het liefst gaat hij zo lang mogelijk door met zijn beproefde bewaarmethode. Als het echt moet, ziet hij wel alternatieven. „Eventueel moet het meest kiemlustige ras maar in de mechanische koeling. Maar dat zou erg jammer zijn.”


