IRS waarschuwt voor bietenmot in Nederland

Bietenmotten komen volgens IRS sinds een paar jaar door heel Nederland voor en worden inmiddels ook aangetroffen op voeder- en zeebieten. Waardplanten van de mot zijn nog niet bekend.
Bietenmotplaag komt oorspronkelijk uit Zuid- en Oost-Europa
In Zuid-Europa is men al langer bekend met de rups van de bietenmot. Die kent daar drie generaties per jaar. Dit jaar is er ook schade gemeld vanuit Engeland, waar de droogte dit jaar extreem is. De plaag komt vooral voor in combinatie met droge weersomstandigheden zoals we dit jaar ook met name in het zuiden van Nederland zien.
IRS heeft op drie locaties gemonitord met bietenmotvallen met lokstoffen in de omgeving van het Limburgse Posterholt. Eind vorige week zijn in de vallen veel bietenmotten teruggevonden en op twee van de drie percelen was ook sprake van aantasting.
Nog geen schadedrempel voor bestrijding
Voor de bestrijding van de rups is in Nederland nog geen schadedrempel vastgesteld. De schadedrempel in Frankrijk ligt op tien procent aangetaste planten. IRS adviseert daarom om ten minste zestig planten over het perceel te bekijken of daar sprake is van aantasting door de bietenmot. ‘Bekijk het hart van de biet en probeer als het hart zwart is onderscheid te maken tussen hartrot door boriumgebrek, valse meeldauw of bietenmot’, is de instructie.
Bij overschrijding van de schadedrempel kan volgens IRS het middel Coragen (chlorantraniliprole, 125 milliliter per hectare) ingezet worden tegen de rupsen.