
Oogsten van een gewasdiverse akker
Opbrengst van strokenteelt in breed perspectief


Huibert Groeneveld
- Bedrijf: Proeftuin Van Pallandtpolder
- Plaats: Middelharnis (Zuid-Holland)
- Grondsoort: Klei
- Oppervlak: 160 ha, waarvan 70 ha strokenteelt (39 meter)
- Gewassen: Aardappels, graan, bieten, grasklaver, veldbonen, maïs en uien
- Soort bedrijf: Gangbaar melkveebedrijf en samenwerking met akkerbouwer
Huibert Groeneveld is hoofdzakelijk melkveehouder met 170 koeien, maar hij beheert ook 160 ha akkerbouwgrond. “Vijf jaar geleden ben ik samen met een collega-akkerbouwer waarmee ik grond uitruil op de regeneratieve tour gegaan. We hebben 70 ha van onze grond omgezet naar strokenteelt met stroken van 39 meter breed; de spuitbreedte. Ook zijn we naar een nieuwe rotatie gegaan van 1 op 6.” Als onderdeel van Proeftuin Van Pallandtpolder, waarbij naast Groeneveld ook Remco Wesdorp en Martijn Groenendijk betrokken zijn, telen ze op Goeree-Overflakkee aardappels, graan, bieten, mais, uien, grasklaver en veldbonen met na elke zes stroken een permanente strook natuur. Groeneveld legt zich toe op de grasklaver en veldbonen en zijn collega vooral op de aardappels en de uien.
Wij zijn echt ontzettend verrast door de positieve resultaten voor de biodiversiteit, vooral op gebied van vogels.
Huibert Groeneveld

John Huiberts
- Bedrijf: Huiberts Biologische Bloembollen – recent verkocht
- Plaats: Sint Maartensbrug (Noord-Holland)
- Grondsoort: Zand
- Oppervlak: 70 ha, waarvan 45 bollen in strokenteelt
- Gewassen: Diverse soorten bloembollen en mengteelt van bonen en granen als rustgewas
- Soort bedrijf: Biologische bloembollenkwekerij
John Huiberts was 40 jaar lang gangbaar bollenteler. Zijn grond was ‘op’ en zat vol met ziektes, waardoor hij voor de keuze stond: stoppen of het roer omgooien. In 2012 stopte hij met ploegen, kunstmest en fungiciden om de conditie van zijn grond te verbeteren. Hij verdiepte zich in bodemgezondheid. “Dat pakte heel goed uit,” vertelt hij.
Zo werd hij marktleider in de biologische bloembollen. “Wij teelden zo’n 90 verschillende variëteiten bio-bollen, maar gezien mijn leeftijd werden klanten ongerust over de continuïteit. Zo ontstond de zoektocht naar een opvolger. Gelukkig hebben we nu drie enthousiaste jonge mensen gevonden die het bedrijf hebben overgenomen.”
De ziektedruk verminderde aanzienlijk en de grond zag er beter uit. Het halen van het bio-certificaat was eigenlijk meer een gevolg.
John Huiberts
Beter dan verwacht
Schakelen naar een gewasdiverse akker voelt voor veel telers als een sprong in het diepe. Kom ik er wel uit met m’n mechanisatie? Is het niet te veel werk? En vooral: Wat doet het met m’n opbrengst? Op deze vraag gaat Groeneveld eigenlijk direct naar de voordelen: “Wij zijn echt ontzettend verrast door de positieve resultaten voor de biodiversiteit, vooral op gebied van vogels. Sovon monitort bij ons voor een groot project en sinds ze zijn gaan meten zien we echt een spectaculaire toename, ook van insecten. Tegelijkertijd is het wel zo dat het iets vraagt. Je hebt inderdaad een stukje opbrengstverlies. Bij ons is dit zo’n 10 tot 14 procent.” Volgens Groeneveld komt dit vooral door randjes, hoekjes en meer kopakkers en zit het niet in de gewassen zelf. Toch ligt hij daar absoluut niet wakker van, want daar staat de winst van de biodiversiteit tegenover. Het nieuwe model met stroken, een ruimere rotatie en meer rustgewassen zorgen voor een lagere ziektedruk en daarmee besparing op gewasbeschermingsmiddelen merkt Groeneveld. Bovendien verwachtte hij slechtere resultaten en ook arbeidstechnisch valt het hem mee. “We krijgen het steeds beter in de smiezen.”
Verschillen in opbrengst zitten hem in randjes, hoekjes en kopakker, niet in de gewassen zelf.
Huibert Groeneveld
Ook Huiberts ging naar een grotere diversiteit aan gewassen en kwam daarmee automatisch op het pad van strokenteelt. “Omdat wij meerdere kleinere soorten hadden, ontstonden er vanzelf stroken.” Ook hij verwachtte een afname in de opbrengst, maar vooral vanwege een compleet nieuwe manier van telen. “Ik dacht: we hebben toch niet voor niets zoveel gespoten? Maar misschien was het ook wel een vooroordeel.” Toen hij eenmaal begon zag hij echter slechts een kleine afname in de opbrengsten, maar die komt volgens hem niet door strokenteelt. “Door biologisch (SKAL-gecertificeerd) te telen zonder kunstmest worden de bollen minder dik, maar wel gezonder. En gezondheid is uiteindelijk waar het om gaat,” vertelt hij. Bovendien heeft Huiberts een snelgroeiende webshop waar de marges hoger zijn dan bij de groothandel. "De webshop groeit harder dan de bollen" grapt hij, dus van een lagere opbrengst is in economische zin geen sprake.
Bodem verbeteren
Voor beide bedrijven geldt dus dat strokenteelt prima uit kan, ook met een iets lagere opbrengst per hectare, maar de boeren zitten dan ook niet stil. Beide heren zijn fanatiek aan de slag gegaan met allerlei maatregelen om hun bodem verder te verbeteren, zoals bokashi en compostthee. Huiberts pachtte bijvoorbeeld stukken grond van Natuurmomenten en van het natuurgras maakte hij bokashi om het land te voeden. Huiberts: “En doordat wij geen kunstmest gebruikten is het nitraat lager en zijn planten minder aantrekkelijk voor bladluizen. Brandnetelgier helpt verder om de plant onaantrekkelijk te maken.”
Waar het opbrengstverlies sommigen misschien afschrikt, kijken beide heren er vanuit een breder perspectief naar. Huiberts zaaide na de oogst van bloembollen in de zomer een gemengde groenbemester over alle stroken. Want diversiteit boven de grond geeft ook diversiteit van bodemleven in de grond, aldus Huiberts. Daar profiteerde ook zijn bedrijfsvoering van. “Door alle maatregelen die ik neem hoef ik maar 50 kg mest aan te voeren van buitenaf. We verhogen het organische stofgehalte, hoeven minder te beregenen, en als je al die dingen meerekent, dan kan een rustgewas of groenbemester makkelijk uit. Bovendien krijg ik via de agrarische natuurvereniging ook een plusje voor het telen van een eiwitrijk gewas zoals veldbonen.” Groeneveld gebruikt ook compostthee. Hij ziet dat het de opname van voedingsstoffen uit bodem verbetert. “De vertering van achterblijvend groen gaat sneller.”
Als je een nieuwe schuur bouwt of een trekker koopt, dan ziet iedereen dat, maar een investering in de bodem ziet niemand.
John Huiberts
Belang van monitoren
Monitoring is volgens beide boeren een belangrijk onderdeel van experimenteren
Huiberts: “Wij hebben iemand die de bodem onderzoekt onder de microscoop, elke maand. Dan begrijp je bijna niet dat andere mensen niet met hun bodem aan de slag gaan.” Hij vraagt zich af hoe je mensen zover krijgt dat ze minder fungicide durven te gebruiken. “Dan is het namelijk helemaal niet duurder. Alleen moet je het vertrouwen erin krijgen.” Ook bij Van Pallandtpolder monitoren ze veel. “Veel scholieren doen bij ons proeven, bijvoorbeeld het vergelijken van wel spuiten en niet spuiten met compostthee en daar komen leuke verschillen uit. Ook binnen CropMix hebben we al veel kennis opgedaan door de biodiversiteitsmonitoring.”
Uiteindelijk draait opbrengst om meer dan alleen kilo’s en hoef je strokenteelt daar zeker niet voor te laten, aldus de heren. Wel kampt strokenteelt nog een beetje met een imagoprobleem. Sommigen reageren sceptisch, merken de telers. Groeneveld: “Ik zeg bijvoorbeeld vaak geen strokenteelt, maar kleine percelen of gewasdiversiteit, omdat het woord strokenteelt weerstand oproept.” Ook vergt een nieuwe aanpak een lange adem. Huiberts: “Soms mislukt er inderdaad wat en dan krijg je te horen ‘zie je wel’. Als het na een paar jaar beter gaat zeggen ze ‘dat is geluk’ en pas daarna begint men te geloven dat het werkt. Als je een nieuwe schuur bouwt of een trekker koopt, dan ziet iedereen dat, maar een investering in de bodem ziet niemand. Je doet het voor jezelf en niet voor een ander, maar je moet wel het verhaal blijven vertellen.”
Meer weten over strokenteelt en opbrengst in het bijzonder? Lees het kort en bonding in de handreikingen van WUR met de laatste (wetenschappelijke) kennis via: https://edepot.wur.nl/688266
Tekst: Anna de Rooij, Yvonne Florissen








