Alarmfase één in aardappelteelt vanwege nieuwe schimmelvariant: ‘Wratziekte gevonden op zeer sterk resistent ras’

De nieuwe schimmelvariant dook op bij onderzoek van Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) van materiaal van vondsten van wratziekte uit de jaren 2022 tot 2024. Bij het materiaal uit 2023 trad een onverwachte reactie op. Het wratmateriaal van twee vondsten bleek in staat te zijn om wratten te vormen op Belita, een tot nu toe sterk resistent aardappelras. Volgens de NVWA is nog niet eerder wratvorming waargenomen op dit ras.
De uitkomsten van het onderzoek waren zo onverwacht dat de NVWA aanvullende toetsen heeft uitgevoerd. Daarbij bleek dat het wratmateriaal een nieuw pathotype bevatte. Deze heeft nog geen officiële naam, maar wordt dus voorlopig ‘SenBelita Breaker’ genoemd.
Vondst van derde nieuwe pathotype in vijf jaar baat zorgen
Volgens de NVWA is de vondst van het nieuwe pathotype zorgwekkend omdat dit inmiddels het derde nieuwe pathotype is dat de afgelopen vijf jaar is ontdekt. In 2020 werd het pathotype 38, dat de naam Nevşehir heeft gekregen, voor het eerst aangetroffen. Tot en met 2022 is die op zes locaties aangetroffen. Begin 2025 werd na laboratoriumonderzoek op wratmateriaal uit 2023 een nieuw pathotype vastgesteld: pathotype 42 (Erica). Deze doorbreekt de resistentie in het ras Seresta. Sectororganisaties zijn hierover vervolgens geïnformeerd.
De drie nieuwe schimmelvarianten blijken vooral voor te komen in gebieden in het noordoosten van Nederland waar intensiever aardappelen worden geteeld. In 2025 was er ook een vondst van wratziekte in de gemeente Midden-Groningen. Een inspecteur van de NVWA trof symptomen van wratziekte aan op de rassen Festien en BMC. Het is nog niet bekend om welk pathotype het ging. Dit wordt in de komende maanden onderzocht.
Schimmel past zich sneller an
Moleculair onderzoek bevestigt volgens de NVWA het vermoeden dat de schimmel die wratziekte veroorzaakt sneller verandert. Dit komt waarschijnlijk doordat de schimmelpopulaties genetisch materiaal uitwisselen tijdens vermeerdering.
‘Er kunnen dan nieuwe varianten ontstaan en daarbij is er meer risico op het doorbreken van resistentie. De verwachting is dat er meer nieuwe varianten van wratziekte zijn, en dat er nog meer bij zullen komen’, bericht de NVWA. ‘Hierdoor is het laboratoriumonderzoek bij een vondst van wratziekte minder betrouwbaar. Het is bijvoorbeeld mogelijk dat er bij het onderzoek wratmateriaal wordt gebruikt dat niet alle diversiteit van de lokale schimmelpopulatie bevat. Hierdoor kan ook minder goed onderzocht worden of een aardappelras resistent is tegen de schimmelpopulaties in dat gebied.’
Resistentiedoorbraak zorgt voor onzekerheid voor aardappeltelers
Tot dusver was het belangrijkste instrument om wratziekte te bestrijden en te beheersen de inzet van resistente rassen op de buffer. Hiermee wordt het deel van het perceel bedoeld dat naast een besmetting ligt. ‘In de nieuwe situatie kan niet met zekerheid gezegd worden of een ras resistent is’, aldus NVWA. Telers weten namelijk niet met zekerheid welke rassen daar geteeld kunnen worden. ‘Extra vervelend is dat er bij de inzet van een vatbaar ras risico op ontwikkeling van nieuwe pathotypen is.’
De NVWA zoekt samen met sectororganisaties, onderzoekers en veredelaars naar een oplossing voor deze onzekere situatie. In de tussentijd is het volgens de NVWA extra belangrijk dat bedrijven de maatregelen blijven nemen om verspreiding van wratziekte tegen te gaan. Het gaat hier onder andere om goede bedrijfshygiëne. De autoriteit heeft op haar website een overzicht gemaakt van de maatregelen die helpen om verspreiding van wratziekte tegen te gaan.
Bovendien benadrukt de NVWA dat telers verplicht zijn om te melden als zij symptomen van wratziekte in de teelt waarnemen.

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: NVWA, Susan Rexwinkel
Bron: NVWA



