NAK scherpt keuringssysteem aan om gewasziekte stolbur te beperken

‘Vanwege de ziektedruk die aanwezig is in Duitsland en de eerste fytoplasma besmettingen is er in de vaste commissie pootaardappelen vergadering een besluit genomen over de werkwijze voor Candidatus Phytoplasma solani en fytoplasma in het nationale keuringssysteem’, schrijft de NAK.
Candidatus Phytoplasma solani
Candidatus Phytoplasma solani is een soort bacterie die bekend staat als de veroorzaker van stolbur in aardappelen. Misvorming van blad en stengels, knijpen in de kop, vorming van luchtknollen, witte stengelvoet, kralende knollen en daarnaast slappe en rubberachtige knollen zijn symptomen. De symptomen van een stolbur-besmetting zijn echter niet te onderscheiden van symptomen van besmettingen met andere fytoplasma’s. Candidatus Phytoplasma solani wordt verspreid door de vector glasvleugelcicaden. Partijen waarin Candidatus Phytoplasma solani wordt aangetroffen, worden afgekeurd. (Bron: NAK)
Candidatus Phytoplasma solani is volgens de NAK tot op heden nog niet vastgesteld in pootaardappelen maar andere, niet gereguleerde soorten fytoplasma’s die dezelfde symptomen geven zijn wel geconstateerd. ‘Gedurende een visuele beoordeling is het niet mogelijk om op basis van symptomen onderscheid te maken tussen de verschillende soorten fytoplasma, inclusief de RNQP Candidatus Phytoplasma solani.’
Alleen Candidatus Phytoplasma solani is in de Europese wetgeving omschreven als een RNQP, een gereguleerde niet-quarantaine organisme, in pootaardappelen. Er is sprake van een nultolerantie. Het organisme en de symptomen mogen dus niet aanwezig zijn in een partij. Volgens de Europese verordening over plantgezondheid is het verplicht om planten met symptomen van Candidatus Phytoplasma solani, inclusief knollen, te verwijderen met behulp van selectie. Daarnaast moeten knollen van een partij waarin planten met symptomen van Candidatus Phytoplasma solani zijn geconstateerd, verplicht worden getoetst op het fytoplasma. Bij aanwezigheid wordt de partij pootaardappelen afgekeurd.
Aanvullend diagnostisch onderzoek
Naast de wettelijke minimum maatregelen die de NAK al moet uitvoeren wanneer er symptomen van Candidatus Phytoplasma solani worden aangetroffen, worden er dus ook strengere regels en normen opgenomen in het Nederlandse keuringssysteem.
Een van de wijzigingen betreft aanvullend diagnostisch onderzoek wanneer bij de veldkeuring een plant met fytoplasma-symptomen wordt geconstateerd. Het plantmateriaal wordt ingestuurd naar het diagnostisch laboratorium van de NAK en daar wordt een PCR-onderzoek uitgevoerd om de aanwezigheid van fytoplasma te bevestigen.
Wanneer de plant positief test, moet knollen uit de desbetreffende partij na de oogst officieel worden onderzocht. De veldkeuring blijft voor dit perceel doorgaan net zoals dit voor andere percelen geldt. Wanneer er geen besmetting met fytoplasma wordt gevonden, gaat het perceel in het reguliere veldkeuringsregime verder tot daarin eventueel weer een plant met symptomen wordt geconstateerd.
NAK: ‘Om de urgentie voor selecteren te behouden, en de ziektedruk met aangetaste planten te verlagen, heeft de vaste commissie pootaardappelen besloten om de percelen in hun eigen klasse te behouden bij een constatering van fytoplasma symptomen tijdens de veldkeuring.’
Representatief monster
Een tweede aanpassing in het nationale keuringssysteem heeft betrekking op de monstername na de oogst. ‘Partijen waarin tijdens de veldkeuring een plant positief getoetst is op fytoplasma, moeten vanuit een EU-verplichting getoetst worden op de afwezigheid van Candidatus Phytoplasma solani. Dat gebeurt via een representatief monster van de partij, net zoals bij de nacontrole’, schrijft de NAK. ‘Een partij pootaardappelen zal afgekeurd worden als in het monster de RNQP Candidatus Phytoplasma solani wordt aangetoond. Indien er een fytoplasma, anders dan de RNQP, wordt gevonden mag de partij pootaardappelen alsnog verhandeld worden.’
De NAK onderzoekt momenteel of het monster wat genomen wordt van een partij voor de nacontrole genoeg materiaal biedt zodat deze ook voor de toets voor Candidatus Phytoplasma solani ingezet kan worden. Of het nemen van een tweede monster noodzakelijk is, wordt voor de start van het nacontroleseizoen bekend gemaakt.
Norm
Tot slot heeft de NAK besloten om een norm in de partijkeuring op te nemen voor fytoplasma. Dit om verspreiding van besmette knollen te voorkomen. ‘De normering voor fytoplasma houdt in dat rubberachtige knollen sporadisch in een partij voor mogen komen. Sporadisch betekent hetzelfde als bij rot, 1 knol per 250 kg. Dit geldt voor alle klasse van pre-basis, basis en gecertificeerde pootaardappelen’, meldt de Keuringsdienst.
Monitoring
Verder schrijft de NAK dat bij de bestaande monitoring op bladluizen de vangbakken en zuigvallen mede worden geanalyseerd op verschillende vectoren die fytoplasma’s kunnen overbrengen. ‘Met name een aantal soorten cicaden spelen een rol in de verspreiding van Candidatus Phytoplasma solani. Met het inzichtelijk maken van de verspreiding van vectoren hoopt de NAK bij te dragen aan kennis opbouw over Candidatus Phytoplasma solani in Nederland.’ De keuringsdienst zoekt actief de verbinding met de akkerbouwsector. De NAK neemt deel aan het PPS rond dit thema die in 2026 zal starten en initiatieven van LTO Nederland en de BO Akkerbouw.
Beeld: NAK
Bron: NAK
