
Alles in de strijd om Fusarium de baas te blijven
Ontdek oorzaken, risico’s en teeltmaatregelen voor vitale bodem, gelijkmatige groei en weerbaar gewas om schimmelproblemen effectief te beheersen

Waarnemingen in het veld
Tijdens waarnemingen in het veld gaven de adviseurs aan dat de bodemstructuur op veel percelen op orde was en dat er geen sprake was van uitzonderlijk natte omstandigheden. Toch werd op meerdere plekken duidelijke aantasting door Fusarium gevonden. Een mogelijke verklaring is dat de uien stress hebben ervaren door een combinatie van droogte en hoge temperaturen, al verklaart dit niet in alle gevallen de omvang van de schade.
Daarnaast blijken er verschillen te zijn tussen teeltsystemen. In de praktijk laten percelen die op ruggen worden geteeld en waar fertigatie wordt toegepast vaak minder aantasting zien. Een mogelijke verklaring daarvoor is dat de uien onder deze omstandigheden gelijkmatiger doorgroeien en minder groeistress ervaren, waardoor de gevoeligheid voor bodemschimmels kan afnemen.
Juist omdat curatieve opties beperkt zijn, blijft het leggen van een stevige basis essentieel. Dat begint bij werken aan bodemvruchtbaarheid en een goede structuur, bijvoorbeeld door compost, vaste mest en groenbemesters in te zetten en daarbij specifiek aandacht te houden voor doorlatendheid en bewortelbaarheid. Ook teeltplanning aan de ‘voorkant’ is belangrijk: de geschiktheid en historie van het perceel spelen mee, zeker wanneer er eerder problemen met bodemziekten zijn geweest. Daarnaast is het verstandig om de rotatie en de aanwezigheid van waardplanten goed in kaart te brengen.
Een goede risico-inschatting vooraf helpt om beter af te wegen welke percelen en keuzes het meest passend zijn. Een bodemanalyse kan hierbij ondersteunen, en als extra hulpmiddel wordt de fusariumtoets van HLB genoemd.
Binnen Uireka 4.0 krijgt Fusarium opnieuw een prominente plek. Naast het testen van teeltmaatregelen ligt de nadruk op een beter begrip van het ziekteproces. Daarbij wordt onder andere onderzocht hoe Fusarium oxysporum zich ontwikkelt onder verschillende omstandigheden, welke waardplanten een rol spelen en welke momenten in de teelt het meest kritisch zijn. Het uiteindelijke doel is om maatregelen gerichter te kunnen kiezen en beter te kunnen voorspellen waar de grootste risico’s liggen.
Praktijkproef in eerstejaars plantuien
In een praktijkproef in eerstejaars plantuien is, naast teeltmaatregelen, ook gekeken naar (combinaties van) middelen die mogelijk kunnen bijdragen aan de beheersing. In praktijkstroken is een vergelijking gemaakt tussen Rudis, Serenade, de combinatie van beide en een onbehandelde strook.
De proef was opgezet als strokenproef, waarbij per locatie één hectare werd aangelegd. Er zijn drie locaties betrokken, in de Hoekse Waard en op Voorne-Putten. De toepassingen vonden kort vóór het zaaien plaats, tijdens de laatste zaaibedbereiding. Het ging om reguliere percelen die niet specifiek waren geselecteerd op zware Fusarium-problemen.
Tijdens de proef zijn verschillende metingen uitgevoerd. Per strook zijn de plantaantallen geteld en is gedurende het seizoen de gewaslengte gevolgd. Daarnaast zijn bij de oogst de opbrengst en de sortering bepaald, uitgesplitst naar verschillende maten. Tot slot is tarra en uitval meegenomen als praktische indicator.
Voorlopige resultaten en interpretatie
-
Plantaantallen en gewaslengte: geen duidelijke verschillen tussen de behandelingen.
-
Opbrengst: verschillen waren beperkt; Rudis liet in de vergelijking met onbehandeld een kleine plus in netto-opbrengst zien, en de combinatie Rudis + Serenade lag daar weer iets boven.
-
Tarra/uitval: het beeld wijst erop dat het verschil vooral kan samenhangen met minder uitval en/of lagere tarra.
De adviseurs plaatsen daarbij nadrukkelijk kanttekeningen: het gaat om praktijkomstandigheden en voorlopige waarnemingen. De vervolgvraag is vooral waar het effect vandaan komt: directe remming van de schimmel, ondersteuning van wortelontwikkeling, of een combinatie van factoren.
Vervolg: herhaling en kijken naar nawerking
Voor komend seizoen staat herhaling van de proef op de agenda, met aanvullend onderzoek naar mogelijke nawerking richting tweedejaars plantuien (bijvoorbeeld een zogenoemd “weggroei-effect”). Doel is om beter te onderbouwen of er een consistent, herhaalbaar effect is en onder welke omstandigheden dat het meest zichtbaar wordt.
Tekst: Bayer Crop Science
Beeld: Bayer Crop Science
