Export akkerbouwproducten groeit door prijsstijgingen, suiker verliest fors terrein

De cijfers van de waarde van de im- en export van landbouwgoederen komen uit het jaarlijkse onderzoek van Wageningen Social & Economic Research (WSER) en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). De analyse wordt uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN). Traditioneel wordt het rapport van de Nederlandse landbouwexportcijfers bij de aftrap van de Grüne Woche overhandigd.
Duitsland belangrijkste bestemming van aardappelen, uien en groenten
De groei van de exportwaarde van de Nederlandse aardappelen, uien en groenten zit met name richting Duitsland. Vooral door hogere prijzen steeg de exportwaarde van tomaten, pootaardappelen en overige groente richting onze oosterburen met acht procent. Met bijna drie miljard euro is Duitsland ook in totaal veruit het belangrijkste bestemmingsland.
Naar België bleef de exportwaarde met 1,2 miljard euro gelijk aan vorig jaar. Het Verenigd Koninkrijk (VK) kende dezelfde procentuele groei als Duitsland. Ook hier waren tomaten, bloemkool, broccoli en pootaardappelen de producten die de grootste groei lieten zien. De absolute waardegroei was wel lager dan naar Duitsland.
Daling van de waarde van geïmporteerde producten
Tegenover de groei van de exportwaarde staat een afname van de importwaarde van landbouwproducten van 2,5 procent. Het importaandeel van aardappelen, uien en groenten is 3,5 procent van de totale import van landbouwgoederen.
Omdat vooral in de winter minder groenten van eigen bodem beschikbaar zijn, worden ook veel groenten geïmporteerd uit Spanje. Dit jaar daalde de importwaarde uit dit land met zes procent tot net boven de 700 miljoen euro. Daarnaast zijn buurlanden Duitsland en België ook landen waaruit groenten, uien en aardappelen worden ingevoerd. Uit Duitsland werd voor 616 miljoen euro geïmporteerd, een daling van acht procent.
De import uit België groeide in tegenstelling tot Spanje en Duitsland wel met vier procent. Dit kwam met name door een toename van de handelswaarde van bevroren aardappelproducten. Hierbij nam vooral het volume toe, bij lagere prijzen.
Van de geïmporteerde waarde aan aardappelen, uien en groenten is 71 procent – al dan niet eerst nog bewerkt – bestemd om weer te worden geëxporteerd. Een kleine dertig procent van de geïmporteerde groenten is voor binnenlandse consumptie. Van de geïmporteerde aardappelen en groenten wordt twaalf procent eerst nog bewerkt.
Wereldwijde daling van suikerprijzen zorgt voor knauw exportwaarde
De exportwaarde van suiker en suikerwerken is in 2025 met bijna vijftien procent gedaald. De exportwaarde kwam hiermee uit op twee miljard euro. Dit is een daling van 338 miljoen euro. Uiteindelijk daalde de export in de volle breedte met in totaal vijftien procent, daarmee behoort suiker en suikerwerken tot de top drie van landbouwproducten met de sterkste daling van de exportwaarde.
De FAO-suikerindex daalde bijna het gehele jaar en is naar een niveau gezakt dat voor het laatst in 2020 voorkwam. In Nederland was de oogst van suikerbieten voor de productie prima, ondanks een lager areaal suikerbieten. Ook dit zorgde ook voor lagere prijzen.
De exportwaarde naar Duitsland nam veertien procent af, terwijl die naar België en Frankrijk respectievelijk met dertien en zeventien procent daalde. De forse daling van de exportwaarde heeft vooral ook te maken met de wereldwijde daling van de suikerprijzen.
De importwaarde nam wel toe, maar de toename bedroeg slechts 82 miljoen euro, een groei van bijna 6 procent. Overigens blijft van de import slechts 22 procent in Nederland, de rest gaat naar het buitenland. De Europese suikerverwerkende industrie werkt het liefst met Europese (biet)suiker, vanwege het goed ingerichte verwerkingsproces voor kristalstructuur van deze suiker. Rietsuiker wordt in Nederland wel direct, zonder verwerking, geconsumeerd, maar die markt is hier klein.
Groei van export van meel, mout en zetmeel
De export van meel, mout en zetmeel is in 2025 met vijf procent gestegen. De exportwaarde bedroeg 1,1 miljard euro. De importwaarde was nauwelijks hoger. De exportwaarden van de twee belangrijkste exportbestemmingen namen toe ten opzichte van 2024.
De procentuele groei naar België was met vijftien procent wat hoger dan die naar Duitsland. Meer harde tarwemeel ging naar België. De stijging komt mede door de nauwe handelsrelatie tussen Nederland en België door de aanwezigheid van een van Europa’s grootste maalderijen, Dossche Mills, met vestigingen in onder andere Rotterdam, Groningen, Mersem (BE) en Deinze (BE). In België nam Dossche Mills dit jaar het bedrijf Molens T’Kindt over, producent van hoogwaardige bloem- en meelproducten, en eind vorig jaar het Duitse Mühle Rüningen, waarmee het aantal productielocaties werd verdubbeld. Andere grote maalderijen in Nederland zijn Koopmans en De Jongh.
Import- en exportwaarde van granen gedaald
Tegenover de groei van meel, mout en zetmeel staat een afname van de import- en exportwaarde van granen. Ondanks dat de import met ruim drie procent daalde is die in absolute waarde nog altijd groter dan die van de export. Met 570 miljoen euro (tegenover 3,1 miljard euro importwaarde) is de exportstroom van Nederlandse granen zeer beperkt.
Alle vier de grote wereldwijde graanhandelaren hebben een vestiging in Nederland, wat de hoge importwaarde van ruim 3 miljard euro verklaart. Zo heeft Bunge in Nederland vestigingen in Zaandam, Amsterdam en Wormer. Het Franse handelshuis Louis Dreyfus huist in Rotterdam, Cargill heeft onder andere een vestiging in Amsterdam en Archer-Daniels-Midland (ADM) heeft kantoor in Rotterdam.
Evenwichte handelsbalans voor zaden en vruchten
De handelsbalans voor zaden en vruchten is volgens het rapport ‘in evenwicht’. Het betreft vooral producten als groentezaden, kool- en raapzaad en sojabonen. Ook zeewier, hop en stro vallen binnen deze groep. Ongeveer 60 procent van de exportwaarde betreft groentezaden terwijl de importwaarde voor ongeveer 60 procent bestaat uit producten zoals zonnebloemzaad en raapzaad en ongeveer 24 procent uit sojabonen.
De exportwaarde nam in 2025 met ruim acht procent toe tot vier miljard euro. De importwaarde nam drie procent toe naar eveneens vier miljard euro. Met aandelen van respectievelijk 2,9 procent en 4,2 procent van de totale landbouwgoederenhandel weegt de importstroom relatief het zwaarst.
Aan de exportzijde daalde de waarde van sojabonen, terwijl de exportwaarde van sojameel, groentezaden en overige zaden toenam. Zo steeg de exportwaarde naar Frankrijk vooral door hogere export van groente- en zonnebloemzaden en grondnoten, terwijl lagere exportwaarden van raap- en koolzaad de groei deels temperden.
Wat herkomstlanden van de import in deze groep betreft is het verrassend om Australië hier op de eerste plek terug te vinden. De importgroei is uitzonderlijk: de importwaarde groeide naar 542 miljoen euro in 2025 en steekt hiermee Brazilië voorbij als belangrijkste importland van de troon. Net als Brazilië kende de import uit de VS een daling ten opzichte van 2024.
Overigens is bijna de helft van de geïmporteerde goederen (43 procent) bestemd voor wederuitvoer en ondergaat dus nauwelijks een bewerking. Een even groot deel ondergaat die bewerking wel voordat het naar andere landen gaat. Slechts dertien procent blijft in eigen land en wordt eerst bewerkt voordat het in het binnenland wordt besteed.
Waarde van totale landbouwexport ruim 8 procent hoger in 2025
In 2025 heeft Nederland voor 137,5 miljard euro aan landbouwgoederen uitgevoerd. Dat is 8,4 procent meer dan het jaar ervoor. Onder andere de exportwaarde van cacaoproducten is fors gestegen. Dat melden WSER en het CBS op basis van gezamenlijk onderzoek in opdracht van LVVN.
Zowel bij de in- als uitvoer is het volume toegenomen, maar de waardegroei wordt vooral door prijsstijgingen verklaard. Ruim tweederde van de waardegroei is gerelateerd aan de stijging van de prijzen en bijna een derde het gevolg van volumegroei. De prijsstijging was sterker bij de import dan bij de export.
Voor 2025 worden de totale verdiensten aan de export van landbouwgoederen geraamd op 49,1 miljard euro. Hiervan is 43,5 miljard euro toe te rekenen aan export van Nederlandse makelij en 5,7 miljard euro aan wederuitvoer.
De meeste landbouwexport gaat in 2025, net als in voorgaande jaren, naar de EU. Het EU-aandeel stijgt naar 72,9 procent van de totale landbouwexport. Duitsland blijft met een aandeel van 25 procent in de totale exportwaarde veruit de belangrijkste bestemming, gevolgd door België (12 procent), Frankrijk (8 procent) en het Verenigd Koninkrijk (VK) (7 procent).
Sierteelt meest lucratieve landbouwproduct qua exportwaarde
De sierteelt was het meest lucratieve landbouwproduct gemeten per euro exportwaarde, met gemiddeld 61 eurocent exportverdiensten per euro export. Aan de export van sierteeltproducten verdiende Nederland in totaal 12,3 miljard euro. Daarmee hoort de sierteelt bij de top 3 als het gaat om belangrijkste productgroepen aan exportzijde. Zuivel en eieren zijn met 13,3 miljard euro het grootst, gevolgd door cacao en cacaobereidingen met 12,4 miljard euro.
De Nederlandse landbouwexport bestaat uit wederuitvoer (niet of licht bewerkte import die via Nederland doorgaat naar een derde land) en export van Nederlandse makelij. De wederuitvoer is door de prijsstijgingen iets harder gegroeid dan de exportwaarde van het Nederlandse product.

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Ellen Meinen, Susan Rexwinkel
Bronnen: Wageningen Social, Centraal Bureau voor de Statistiek, Economic Research, WSER)

