
Boerderij van de Toekomst Veenkoloniën: ervaringen uit het project
Leren van de toekomst: drie jaar fieldlab in de Veenkoloniën


De Boerderij van de Toekomst - Veenkoloniën is geen blauwdruk met snelle oplossingen, maar een lerend systeem. WUR-projectleider Johan Booij blikt samen met akkerbouwer en programmamanager Gebiedsprogramma Innovatie Veenkoloniën Tanja Beuling terug op wat is opgebouwd. En natuurlijk kijken ze ook vooruit naar wat nodig is om verdere stappen te zetten richting 2030 en 2040.
De eerste drie teeltjaren van de Boerderij van de Toekomst zijn om. Waar staan jullie nu?
Johan Booij: “We hebben een mooi begin gemaakt, maar staan nog steeds aan de start. Telers waarderen dat we de kansen én onmogelijkheden van de toekomst laten zien. De afgelopen drie jaar hebben we vooral gewerkt aan fysieke zaken als een proefveld met de verschillende toekomstscenario’s, waterbeheer en monitoring, maar ook aan het dialoog van een brede doelgroep over de waarom, hoe en wat van Boerderij van de Toekomst. Dat levert veel inzichten op, maar minstens zoveel nieuwe vragen.
Zoals?
Johan: “Waterkwaliteitsmetingen lieten stoffen zien in het slootwater die we niet direct konden koppelen aan de teelt. Soms zijn het afgeleiden van middelen uit het verleden. Dat roept fundamentele vragen op: wat gebeurt er precies in de bodem en hoe komt dat in het water terecht? Dat kun je alleen met langjarige monitoring beantwoorden.”
Waterbeheer is een belangrijk thema in de Veenkoloniën. Wat hebben jullie daar geleerd?
Johan: “We hebben verschillende watersystemen op de proefboerderij aangelegd. Bij de Boerderij van de Toekomst hebben we een systeem wat je peil in slootsturing kan noemen, alhoewel de egalisatie en drainage nog op de planning staan. We doen net de eerste ervaringen op met de bemalingsapparatuur op zonne-energie, maar we zijn blij verrast met de werking ervan.”
Naast techniek gaat het ook om teeltkeuzes. Hebben jullie nog iets speciaals gedaan?
Johan: “In 2024 deden we een boostjaar om de onkruidzaadbank uit te putten: regelmatige onkruidbestrijding op braakliggende grond en vervolgens tagetes zaaien tegen aaltjes. Echter door de natte omstandigheden en weinig werkbare dagen voor onkruidbeheersing nam het onkruid juist toe. Vervolgens werden de tagetes pas laat in de zomer gezaaid en sloegen deze ook nog eens niet goed aan. We gingen ervan uit dat het weinig effect had, maar metingen tonen aan dat de populatie bijna naar nul is gegaan. Dat zijn verrassingen die we willen blijven volgen.”

Tanja, jij kijkt vanuit het gebiedsprogramma naar dit project. Wat is de kracht van de Boerderij van de Toekomst?
Tanja Beuling: “De wetenschappelijke onderbouwing. Het is geen kortdurend experiment, maar meerjarig onderzoek met een gedegen projectplan op een proefboerderij van de WUR. Dat maakt de discussie zuiverder. Ze werken niet naar een gewenste uitkomst toe, maar proberen te verklaren wat ze zien.”
Hoe belangrijk is de regionale insteek?
Tanja: “Wat op deze grond werkt of juist niet, geldt niet automatisch voor Flevoland of Zeeland. Dat moeten overheden leren. Daarom mag beleid geen eenheidsworst zijn. De Veenkoloniën vragen om een eigen aanpak voor een toekomstbestendig bouwplan. Via dit project en ook via het gebiedsprogramma werken we samen aan grondwater- en oppervlaktewaterkwaliteit, stikstof, klimaat, natuur en het verdienvermogen van de akkerbouw.”
Dan toch even praktisch: waar lopen jullie hier dan zoal tegenaan?
Tanja: “Naast hoge onkruiddruk en uitdagingen in waterbeheer is robotisering een goed voorbeeld. Techniek is niet altijd beschikbaar op het juiste moment en de kostprijs is hoog. Chemie is nu vaak goedkoper. Dat spanningsveld is groot, zeker in dit gebied waar je niet te vaak met machines de grond in wilt.”
Maar als het werkt, gaat het snel.
Tanja: “Absoluut. Kijk naar spotsprayers. Van een paar machines naar meer dan honderd in twee jaar. Zeker jonge ondernemers pakken dit soort vernieuwingen snel op. Het percentage bedrijfsopvolgers is hier behoorlijk hoog. De sector heeft de drive om vooruit te kijken.”
Waar kunnen telers mee aan de slag?
Johan: “Kijk waar kansen liggen om met beslissingsondersteunende systemen, precisielandbouw en monitoring middelen te besparen. Bezoek demodagen over de nieuwe innovaties zoals robotica en verdiep je en start alvast in alternatieven voor chemie. Oriënteer je ook op regionale mogelijkheden die agrarische natuurverenigingen en overheden bieden om je hierbij te ondersteunen.”
Tanja, welke boodschap heb jij richting beleid?
Tanja: “Gun projecten tijd, want elk seizoen is anders. Geen losse subsidiepotjes van twee of drie jaar, maar programma’s van tien jaar. Alleen dan kun je echt leren, bijsturen en impact maken.”
Lees hier de andere artikelen over de Boerderij van de Toekomst – Veenkoloniën.
Tekst: Clarisse van der Woude, WUR