Parkinson ontstaat door een samenspel van meerdere factoren
Parkinsonneuroloog Bloem: 'Geen duidelijke concentratie van parkinson gevonden in Nederlandse landbouwgebieden'

Onderzoekers van het Radboudumc en Universiteit Utrecht (met hoogleraar milieu-epidemiologie Roel Vermeulen als hoofdonderzoeker) deden grootschalig onderzoek naar het aantal nieuwe patiënten en de verspreiding van de ziekte van Parkinson in Nederland tussen 2017 en 2022.
De resultaten, weergegeven in een landkaart met de risicoverhouding van de ziekte van Parkinson per wijk in Nederland (zie afbeelding) laten zien dat de ziekte niet willekeurig verspreid door het land voorkomt, maar in clusters. Die clusters zijn volgens Bas Bloem te verklaren door de bijdrage van omgevingsfactoren. Bloem was als onderzoeker betrokken bij de studie. „De resultaten zijn in lijn met diverse genetische onderzoeken die laten zien dat de erfelijke bijdrage aan de ziekte maximaal 15 procent bedraagt. Met andere woorden: 85 procent is omgeving en leefstijl.”
Parkinson komt vaker voor in noordelijke provincies
De landkaart laat ook zien dat de ziekte vaker voorkomt in de noordelijke provincies dan in zuidelijk Nederland. Daarbij is volgens Bloem geen sprake van één dominante omgevingsfactor. „Landbouwgebieden springen er niet specifiek uit. In Groningen is bijvoorbeeld veel akkerbouw te vinden, maar in Zeeland ook, en daar komt de ziekte beduidend minder voor. Stedelijke gebieden springen er overigens ook niet uit. Er is dus geen duidelijke concentratie van parkinson gevonden in specifieke gebieden die passen bij bijvoorbeeld veel landbouw of slechte luchtkwaliteit.”
Hij vervolgt: „Parkinson ontstaat door een samenspel van meerdere factoren. Elke factor verklaart een deel van het risico.” Daarnaast benoemt hij dat het onderzoek een momentopname is. „Het risico op het krijgen van parkinson wordt gedurende 30 jaar bepaald, denken we. Wat je in die dertig jaar eet, woont, werkt en waar je aan blootgesteld wordt, varieert. Als er 30 jaar lang één specifieke oorzaak was voor de ziekte van Parkinson, hadden we dat wel teruggezien. De resultaten onderschrijven dat er meerdere factoren zijn en dat er niet één uitspringt.”
In de huidige studie is niet gekeken naar individuele blootstelling aan omgevingsfactoren. In een twee complimenterende onderzoeken die momenteel in Nederland lopen (OBO-2 en PD-Pest), wordt wel onderzoek gedaan naar de rol van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en andere omgevingsfactoren op individueel niveau.
Mannen groter risico op ziekte van Parkinson
Het aantal nieuwe patiënten met de ziekte van Parkinson blijft stabiel, zo blijkt uit de demografische data van het onderzoek. In de periode 2017-2022 zijn gemiddeld 3.724 nieuwe diagnoses per jaar vastgesteld. Het aantal mensen met de ziekte neemt in Nederland wel toe. Bloem gebruikt de badkuipmetafoor om deze resultaten verder te duiden. „Ons onderzoek laat zien dat de kraan van de badkuip constant openstaat. De kraan wordt niet verder opengedraaid, maar gaat ook niet verder dicht. De prevalentie (grofweg het aantal mensen met parkinson op een bepaald moment, red.) van de ziekte stijgt wel snel, zo’n dertig procent in de afgelopen 10 jaar. Dat komt omdat dankzij goede zorg mensen met de ziekte langer leven. Dat is een verklaring voor het stijgen van de prevalentie in Nederland.”
De studie laat verder zien dat mannen een groter risico lopen op het krijgen van de ziekte van Parkinson dan vrouwen. „Internationaal onderzoek laat dat ook zien, maar uit onze studie komt dit nog duidelijker naar voren. Internationaal ligt het risico op ongeveer 1,4 tot 1,6, in dit onderzoek was dat 1,8.” Een eenduidige oorzaak voor het verhoogde risico voor mannen is volgens Bloem niet aan te wijzen. „Mogelijke verklaringen zijn dat mannen vaker zijn blootgesteld aan schadelijke stoffen via hun werk, maar ook dat vrouwelijke hormonen de hersenen deels kunnen beschermen.”
Ook komt de ziekte vaker voor bij hoger opgeleiden. „Een verklaring hiervoor kan zijn dat hoger opgeleiden sneller en gemakkelijker hun toegang tot de zorg vinden. Maar ook roken kan invloed hebben. Roken is van alle factoren die een rol kunnen spelen bij het krijgen van de ziekte van Parkinson het meest consistent gelinkt aan een lager risico op parkinson. En hoger opgeleiden roken minder vaak.”
Vergrootglas
Dat gewasbeschermingsmiddelen onder een vergrootglas liggen is volgens de onderzoeker deels terecht. „De aandacht voor gewasbeschermingsmiddelen is deels terecht omdat er al 40 jaar overtuigend onderzoek is dat specifieke historische middelen, bijvoorbeeld paraquat en rotenon, het risico op parkinson vergroten. Maar tegelijkertijd zegt dit onderzoek ook heel nadrukkelijk, en dat klopt ook met de wereldliteratuur, dat andere factoren zoals luchtverontreiniging, zware metalen, en oplosmiddelen ook een bijdrage leveren aan parkinson. Ik hoop tevens dat het onderzoek bijdraagt eraan dat we wegblijven bij het maken van verwijten richting boeren. Zij doen niks verkeerd. Het doel van onderzoek is om uiteindelijk die kraan (zie kader) dicht te draaien en knoppen te vinden waaraan we kunnen draaien om dat te bewerkstelligen.”
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: ‘Incidence and spatial variation of Parkinson’s Disease in the Netherlands

