
‘Bodem moet koolstof blijven uitstoten, want ademen moet’

De stofwisseling in de bodem gaat voortdurend door en bij dat proces gebruikt de bodem zuurstof en stoot hij kooldioxide uit. Dat natuurlijke proces wijst alleen maar op een goed functionerend bodemleven en bodemgezondheid. Tijdens de Inspiratiedag Boeren met een Levende Bodem gaf Willekens uitleg over dit proces en over hoe de landbouw hier mee om kan gaan.
„Niet elk detail over de stofwisseling van de bodem is bekend, maar we weten dat dit bij het metabolisme van een levende bodem hoort.” Een bodem die koolstof uitstoot zal dus koolstof opgebruiken. „Dat zullen we weer met plantengroei en biologie moeten terugbrengen”, zegt de bodemdeskundige. Hij vindt eenzijdige focus op koolstofopslag niet werkbaar, omdat de afbraak van koolstofrijke verbindingen alleen maar zal toenemen, als er meer van in de bodem zit.
Verschil boven- en onderlaag
„Het bodemleven is totaal anders in de strooisellaag dan in het wortelmilieu”, zegt Willekens. „Daarom moeten we die twee gebieden gescheiden houden voor het begrip.” Die scheiding loopt in tijd en plaats. In de herfst valt het blad op de bovenlaag om vervolgens te verteren. In de lente zal weer plantenvoeding worden. Bij de afbraak komen minerale elementen vrij die zich zullen binden aan het klei-humuscomplex. Door niet-kerend te werken verwacht Willekens dat telers de processen in de bodem op de natuurlijke plaats te houden. „Oppervlaktecompostering is dus een fantastische uitgangspositie om het gewas te voeden. De symbiotische biologie gaat de voeding vrijmaken.”
Willekens schat dat ongeveer 60 procent van de potentiële plantenvoeding uit de symbiose van bodembiologie met het gewas kan komen. De vorm van organische stof die de teler aanvoert, mest, kunstmest of compost, is heel belangrijk voor de beschikbaarheid van stikstof en andere elementen. Als organisch materiaal aangevoerd wordt met een hoog gehalte koolstof en laag stikstof, komt de voeding traag vrij. Het is daardoor zelfs mogelijk dat bemeste gewassen moeizamer groeien dan niet bemeste. Stugge mest kan stikstof immobiliseren in plaats van vrijmaken.
Vernietiging en bemesting groenbemesters
Iets anders om op te letten is het moment van vernietiging van een groenbemester. Gebeurt dat vlak voor de volgteelt, dan zou het zelfs vertragend kunnen werken voor het vrijmaken van voeding. Stalmest in het voorjaar kan goed zijn voor een laat afrijpend gewas, zegt Willekens, voor een vroeger gewas zou de teler de stalmest beter in het najaar aan de groenbemester kunnen geven, die het na vernietiging in het voorjaar weer eerder aan het gewas ten goede laat komen.
De afbraak van mest is afhankelijk van de C:N-verhouding ervan. Bij beluchting van mest kan er veel stikstof vervluchtigen, zegt Willekens. Dat kan wel oplopen tot 40 procent van de stikstof. Om dat te voorkomen zou cocompostering met een koolstofrijke en stikstofarme, plantaardige reststroom een oplossing vormen, stelt de bodemkundige. Door met de samenstelling en het moment van aanwenden van organische stromen en mest te variëren kan de teler de voeding beter laten aansluiten op de groei van het gewas.

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Jorg Tönjes
