Krijgt Nederland een tweedeling in de landbouw?

Het idee was al niet nieuw, maar werd vorig jaar specifiek ingevuld. Toen, op elf november, op de laatste dag voordat de nieuwe Tweede Kamer zou worden geïnstalleerd, diende toenmalig NSC-Tweede Kamerlid Harm Holman samen met Pieter Grinwis een wetsvoorstel in voor een grondgebonden melkveehouderij. Een belangrijk onderdeel van dit wetsvoorstel was de opsplitsing van de landbouw in gebieden waar volop voor de (wereld)markt kan worden geproduceerd en gebieden waar boeren meer rekening moeten houden met zaken als biodiversiteit en waterkwaliteit. In zijn wetsvoorstel had Holman het over een ‘agrarische hoofdstructuur’ die vooral gericht is op voedselproductie, en ‘maatschappelijke landbouwgebieden’ waar doelen als stikstofreductie, waterkwaliteit en biodiversiteit centraal staan. In elk gebied zouden andere normen gelden voor landbouwbedrijven. Dan gaat het over stikstofuitstoot, over het aantal koeien dat per hectare gehouden kan worden, en meer. Boeren in maatschappelijke landbouwgebieden zouden een beloning ontvangen voor de groenblauwe diensten die ze leveren.
Productie- en maatschappelijke landbouw
Het wetsvoorstel moet nog in de nieuwe Tweede Kamer behandeld worden. Maar het idee vindt weerklank. In hun pas verschenen rapport pleit de Raad voor leefomgeving en infrastructuur (Rli) ook voor een tweedeling van landbouwgebieden in productielandbouwgebieden en gebieden voor maatschappelijke landbouw. In de eerste ligt een sterk accent op landbouwbedrijven die op een efficiënte manier voedsel produceren, en daarvoor gebruikmaken van technologie en innovaties. Bij de tweede wordt voedselproductie gecombineerd met landschapsdiensten. In deze laatste gebieden is intensieve landbouw volgens de Rli al niet haalbaar vanwege strenge milieunormen. Dan gaat het bijvoorbeeld over grondgebonden landbouw op droge zandgronden bij natuurgebieden, in veenweidegebieden en in beekdalen. Omdat bedrijven in die gebieden minder produceren, hebben ze een aanvullende inkomstenbron nodig, stelt de Raad, en dat kan in de vorm van vergoedingen voor landschaps- en ecosysteemdiensten, of door inkomsten uit neventakken als recreatie, zorg en onderwijs.
Regeerakkoord
Ook de nieuwe regeringscoalitie denkt in deze richting. „Op plekken waar het kan, krijgt landbouw de ruimte”, valt in het regeerakkoord te lezen. Maar rondom natuurgebieden wil de coalitie zones vaststellen waar minder mogelijk is. Te beginnen met gebieden als de Veluwe en de Peel wordt daar gewerkt aan stikstofreductie, natuurbehoud en -herstel, waterkwaliteit, het tegengaan van verdroging en het herstel van ecosystemen. De coalitie wil daar geld uittrekken voor agrarisch natuurbeheer, met langjarige contracten. Boeren in de maatschappelijke gebieden die hun bedrijf moeten aanpassen of willen verplaatsen kunnen daarbij rekenen op ondersteuning en compensatie volgens het bekende ‘trappetje van Remkes’; extensivering, verplaatsing of – in het uiterste geval – uitkoop.
Maar het onderscheid tussen productie- en maatschappelijke landbouw moet niet zwart-wit zijn, stelt de Rli. Ook in productiegebieden komen er percelen met aanvullende milieueisen – bijvoorbeeld als die dichtbij natuurgebieden of waterwingebieden liggen, of dichtbij de bebouwde kom. En ook in maatschappelijke landbouwgebieden zullen bedrijven zijn die zich vooral richten op voedselproductie.
Kritiek
In bestuurlijk Den Haag lijken de neuzen steeds meer dezelfde kant op te draaien. Maar daarbuiten klinkt er kritiek. Zo stelde LTO, in reactie op het wetsvoorstel van Holman en Grinwis, dat Nederland en zijn agrarische sector te klein en te divers zijn voor een dergelijke rigide tweedeling met starre normen. „De Nederlandse agrarische sector wordt juist gekenmerkt door een grote diversiteit in boeren en bedrijfstypen”, stelde de standsorganisatie toen.
Burgercoöperatie Land van Ons is om een andere reden tegen deze tweedeling; het zal volgens hen leiden tot ‘een verslechtering van de biodiversiteit, risico’s voor de volksgezondheid en verdere afkalving van de vitaliteit van het buitengebied’. Zij pleiten ervoor dat alle landbouwgrond een maatschappelijk landbouwgebied wordt, met regeneratieve landbouw in heel Nederland.



