
‘Goed zorgen voor de regenwouden in je darmen’

Je kunt lang praten met boeren-beleidsmakers-bodemkundigen, maar soms is een stuk theater de kortste weg en heel illustratief als je iets ingewikkelds uit wil leggen. Met Bodem-Buik-Brein pakken Glashouwer en Van Brakel ingewikkelde kennis op met een vrolijk stuk verbeelding. Ze laten zien wat er in hun buik leeft, waar dat vandaan komt en hoe dat van invloed is op hoe je je voelt.
Beide theatermakers hoeven dit gelukkig niet helemaal alleen te doen. Ze nemen ieder ongeveer 30.000 miljard microben mee het podium op. Die hele dierentuin aan microleven lift mee uit de bodem en op je voedsel. Ze nestelen zich in je darmen (vooral) en op andere plekken in en op je lichaam. Bijzonder: ieder mens heeft een unieke samenstelling aan microleven bij zich.
De voorstelling is een pleidooi om meer oog te hebben voor bodemgezondheid en ‘goed te zorgen voor het regenwoud in je darmen’, zoals Glashouwer het typeert. Zij speelt de hoofdrol, Van Brakel maakt de collage aan geluid en speelt mee, vult aan op momenten. Het resultaat is vermakelijk en zet aan tot denken over de relatie bodem-buik-brein.
Als bodemleven zo sterk van invloed is op je gezondheid en zelfs je mentale welbevinden, hoe belangrijk is het dan om aan gezonde bodems en goed boerenbeheer op onze landbouwgronden te werken? Goed voor je bacteriën zorgen begint volgens Glashouwer en Van Brakel met dertig keer kauwen op verse groente en fruit van een gezonde bodem.
De boer
Melkveehouder Jan Willem Breukink uit Voorst bespreekt na de voorstelling met de zaal hoe hij zelf anders tegen de levende bodem aan is gaan kijken. Hij werkte de afgelopen jaren toe naar een minder intensief systeem met oog voor de gezondheid van bodem, koe en (rauwe) melk. „Ik ben door een andere bril naar de bodem gaan kijken. Ik werk met klavers en andere vlinderbloemigen in plaats van met kunstmest. Ik ben maximaal met de natuur gaan meeboeren. Het antwoord van de natuur is dat pendelaars en mestwormen terug zijn in de grond. Dan komen de vogels weer naar je toe. Dat is een indicator voor een gezond bedrijf. Dat de veldleeuwerik terug is, is een antwoord van de natuur.”
In het voer streeft Breukink naar gezonde verhoudingen tussen voedingselementen voor zijn koeien. Bij een verhouding van 1:1 bij omega 3 en omega 6 vetzuren zijn de koeien gezond. De melkveehouder extensiveerde door te ‘groeien’ van 180 naar 120 koeien. Met één koe per hectare en een maximale productie van 6.500 kilo per koe is Breukink eerst nog even afhankelijk van een extensiveringsregeling, maar hij bouwt in 4 tot 6 jaar naar een nieuw verdienmodel, dat zonder die steun kan. Van gangbaar gaat hij via biologisch naar een BD-bedrijfsvoering.

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Jorg Tönjes


