
‘Minder mest? Je lijkt wel biologisch’

Job de Pater is gangbaar melkveehouder. Hij besloot om bedrijfsopvolger te worden toen zijn vader negen jaar geleden de koeien meer ging weiden. „Ik voegde er steeds wat aan toe. Je zoekt altijd naar verbeteringen”, zegt hij. „De gangbare gedachte is om veel mest in te zetten. Mijn gedachte bij minder mest was om het gewas te dwingen dieper te wortelen. ‘Je lijkt wel biologisch!’, zei mijn vader.
De Pater werkt op het eigen melkveebedrijf en als bodemcoach. Bij dat laatste werk maakt hij met collega-boeren profielkuilen. Daarbij ziet hij heel veel bodems, die om een eigen aanpak vragen en hij ziet een grote diversiteit aan bedrijven. „Daarom zijn de gesprekken steeds anders. Het gaat erover waar geld mee verdiend wordt en tegen welke kostprijs. Het maakt uit of je vrijwel geen pachtprijs betaalt of juist veel.”
Van Buuren werkt vanuit een lage kostprijs. Hij zoekt dat ook in de minimale inzet van middelen. Hij en zijn vrouw Winny boeren met de nadruk op de kringloop. „We gebruiken een lage input van mest van 40 tot 60 kilo stikstof per hectare en kiezen voor robuuste gewassen.”
Bodemleven
Intensief maïs telen heeft een sterk verarmend gevolg voor het bodemleven, concludeert Van Buuren. „Het koste zes jaar om het bodemleven op intensief maïsland terug te krijgen. We konden dit bij ons wel doen. Wij hoeven niet te melken en we hebben onze eigen afzet geregeld. We zijn dus zeker geen blauwdruk van hoe het op boerenbedrijven zou kunnen. We tonen wel aan dat we met maatregelen de kostprijs kunnen verlagen.”
Dat er geen blauwdruk maar maatwerk nodig is om de Nederlandse landbouwbodems allemaal duurzaam beheerd te krijgen per 2030, is voor Van Dijl een punt om mee te nemen naar Den Haag na de Nationale Bodemtop 2026. „We gaan meten en maatwerk leveren, want uiteindelijk moet je het in de praktijk doen”, zegt zij. Van Dijl stelt evenwel ‘dat er redenen zijn dat er bepaalde regels zijn’. „Maar bij alles moeten we rekening met de ondernemers houden.”
Van Buuren stelt dat er in het onderwijs nog te weinig aandacht is voor de bodemkwaliteit en dat er nog maar een heel klein percentage van het bodemleven bekend is in de wetenschap. Daardoor is er mogelijk ook te weinig idee van de kracht van dat bodemleven. „Wij tonen aan dat je met weinig inputs een kwalitatief product kunt telen. Er zijn veel maatschappelijke uitdagingen, waaronder de hoge kosten aan de gezondheidszorg.” Die kosten kunnen volgens Van Buuren mogelijk verlaagd worden door gezonde bodems en gezonde producten daarvan in de winkels te brengen. „Met name jonge, vrouwlijke wetenschappers zijn daar meer en meer mee bezig. Zij zien het verband tussen bodemkwaliteit en gezondheid. Als ondernemers moeten we daarin meegaan.”

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Jorg Tönjes
