
Brigitte Kroonen, Marie Wesselink en Damian Teuns onderzoeken ICM
‘ICM begint met kiezen wat het belangrijkste is’

In een gesprek met drie ICM-experts van Wageningen UR willen we wat meer helderheid geven over de stap van de theorie naar de praktijk van ICM. Alles hangt bij ICM met elkaar samen, over het hele bouwplan. Hoe kun je daar als teler enige structuur in aanbrengen, om zo overzicht te houden en maximaal profijt te hebben van de geïntegreerde aanpak?
ICM is een aanpak waarmee je maatregelen tegen elkaar afweegt
Hoe kom je van theorie naar praktijk in een teeltaanpak met ICM waar alles lijkt samen te hangen?
Kroonen: „Theoretisch kun je alles in beeld brengen, voordat je ook maar een stap in het veld zit. Als je voor elk gewas de maatregelen uit de vijf pijlers van ICM op een rij zet, heb je al een heel wandkleed aan opties. Elke keuze in rassen, grondbewerking, mechanisatie, middelen, gewasvolgorde, groenbemester enzovoorts heeft gevolgen voor de rest. Vooraf de hele puzzel leggen is de eerste stap, om in het veld niet voor te veel verassingen komen te staan.”Teuns: „Het begint bij de selectie van de beste opties voor de belangrijkste gewassen. Je kunt niet alles in één keer oplossen. Daarom is je eerste huiswerk: kiezen voor wat het belangrijkste is. Kies je voor onderzaai van gerst in je bieten om stuiven te voorkomen, een maatregel die een mooie nevenwerking heeft op voorkomen van luizen? Dan lukt mechanisch onkruid bestrijden vervolgens niet meer. Je zult uit de rest van de mogelijkheden moeten kiezen voor je onkruidbeheersingsstrategie. Speelt kans op stuifschade niet en is de verwachting dat luizen weinig schade zullen doen? Dan gaat de voorkeur uit naar een gecombineerde mechanisch-chemische aanpak in de suikerbiet.”Wesselink: „ICM is geen wondermiddel en dus niet automatisch een oplossing voor alles tegelijk. Het is juist een systematische aanpak waarmee je teeltmaatregelen zo goed mogelijk tegen elkaar afweegt. Soms moet je daarbij gebeten worden door de hond of de kat.”
Je accepteert dus de minst slechte optie en werkt daar verder mee?
Kroonen: „Dik 35 jaar geleden verkenden we al de geïntegreerde aanpak. Maar toen hadden we nog veel meer middelen als redding. Je kon het op een curatief middel of ingreep laten aankomen. Nu moet je veel sterker vooruitkijken naar waar je mee te maken kunt krijgen, en mogelijk toch eerder in de strategie een preventief middel inzetten, om later een zwaardere ingreep te voorkomen. Toen was het wat meer gewasgericht. Tegenwoordig gaat het om het complete bedrijfssysteem, dat ook complexer is geworden. Wet- en regelgeving op gebied van bemesting doorkruist soms de aanpak van een gewasrotatie, die nodig is om bodemgebonden ziekten en plagen aan te pakken.”Wesselink: „Alles is spannender en moeilijker geworden. Je redt het niet meer op één teelt alleen. Denk daarbij aan nutriënten en gewasbescherming. Een voorbeeld van vooruitdenken in de teelt is kiezen voor een kortere maïsteelt, voor ruimte om voorafgaand aan de teelt onkruiden te beheersen met een vals zaaibed. Je laat daarmee iets liggen aan opbrengst bij het ene gewas, ten behoeve van de opbrengst in het volgende jaar.”Teuns: „Dat is een kenmerk van ICM: het moment van ingrijpen is steeds belangrijker. Behalve vooruitkijken is het ook nog belangrijker om te monitoren op de opbouw van onkruiddruk en de aanwezigheid van ziekten en plagen. Als iets nu misgaat, kan het later in de rotatie een probleem worden. Een schimmel of een plaag, die de aardappelplanten aantast, zorgt ervoor dat er meer licht tussen de planten valt en daardoor mogelijk onkruid weer kan ontwikkelen.”
Welke extra kennis vereist ICM over ziekten en plagen?
Hoe ga je met de risico’s om als teler?
Monitoren binnen ICM gaat dus ook over elkaar informeren bij grondruil
ICM gaat uit van weerbaardere teelt. Hoe kan je daar extra stappen in maken?
Is het zuidoostelijk zand het moeilijkste gebied?
Hoe delen jullie de ICM-kennis met de telers?
Hoe stimuleer je ICM naar de praktijk?
Hoe oordelen telers over de ICM strategie?
Met gewasbeschermingsmiddelen en mest onder een vergrootglas, willen telers hun ruimte behouden, stellen de onderzoekers. Ze willen daarbij laten zien wat nodig is om voedselproductie en bedrijfsrendement te behouden. Door met ICM te laten zien dat er stappen mogelijk zijn, hoe moeilijk soms ook, zoeken telers begrip en draagvlak. Samenvattend zeggen de onderzoekers dat je ‘ICM niet zomaar even doet’. Onderzoek kan de grenzen opzoeken van wat mogelijk is, de praktijk zal met een haalbaar model aan de slag moeten, is de slotconclusie van dit gesprek.

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Natasja Beverloo

