
Hoe bacteriën stikstofverlies kunnen beperken en bijdragen aan een gezonde bodem

Kun je stikstof beter benutten? Is er een perspectief dat nog vaak buiten beeld blijft? Volgens Rinagro wel. Niet door nóg een techniek aan de uitstootkant, maar door te sturen op de bacteriecultuur in mest en (indirect) in de bodem. Aanleiding was de praktijk: akkerbouwers en veehouders die Compost-O® inzetten om korstvorming in mestopslag aan te pakken, merkten dat de mest daarna homogener werd en makkelijker te mengen was. Gebruikers gaven ook aan dat ze na bemesting op het land positief verschil zagen in het gewasbeeld en de beworteling.
Hoe ga je van stikstof vasthouden naar stikstof benutten?
Benut stikstof door het probleem niet alleen aan de uitstootkant aan te pakken, maar ook aan de bodemkant. Door de mest- en bodembiologie te sturen kan het gewas meer stikstof opnemen. Stikstof is een bouwstof voor groei, maar ligt onder een vergrootglas. Veel maatregelen richten zich op verlies beperken: emissies remmen met techniek en chemie, zoals het moment en de manier van toedienen aanscherpen, opslag en afdekking verbeteren, en pH-sturing (mest/digestaat zuurder maken) om ammoniakvervluchtiging te beperken. Zowel in Nederland als in Duitsland wordt gemonitord wat er in (grond)water terug te vinden is; bij mestaanzuring wijst het Duitse departement NLWKW Waterbeheer Kustbescherming en Natuurbehoud er bijvoorbeeld op dat extra sulfaat kan uitspoelen.
Deze maatregelen kunnen effectief zijn, maar het blijft vooral werken aan de ‘kraan’ van uitstoot: minder stikstof die ontsnapt. Een andere route is om óók te kijken naar de benuttingskant: hoe zorg je dat stikstof (en andere nutriënten) sneller en beter beschikbaar is voor de plant, zodat je minder verliest onderweg?
De producten van Rinagro laten in onderzoek en in de praktijk zien dat er op stikstofbenutting winst te halen is. Door de bacteriecultuur in mest gericht te beïnvloeden, kun je verliezen beperken en nutriënten beter beschikbaar maken voor het gewas. Daar komt bij dat er vanaf 2026 meer wordt gewerkt met doelsturing: boeren laten met metingen en berekeningen zien hoeveel stikstof er in de bodem overblijft en wat dat betekent voor het risico op uitspoeling.
Hoe helpen bacteriën om mest beter te benutten?
Met bacteriën kun je mest slimmer benutten en verliezen beperken. Een bacteriemengsel kan de bacteriecultuur in mest en bodem sturen, zodat nutriënten minder weglekken en sneller beschikbaar komen voor het gewas.
Het idee is dat in veel mest- en compostprocessen bacteriën vooral “voor zichzelf” werken: daardoor kan stikstof vervliegen of uitspoelen, óf is stikstof tijdelijk niet beschikbaar voor de plant, omdat het eerst nodig is om organisch materiaal (mest en plantresten) af te breken.
Door een gericht bacteriemengsel toe te voegen aan de mest en dit goed te mengen, verschuift die bacteriesamenstelling binnen enkele dagen. De mest wordt homogener en de bacteriën in de mest leven in symbiose met de plant. In de praktijk leidt dit tot betere nutriëntenbenutting (met nadruk op fosfaatbeschikbaarheid, wat kan bijdragen aan betere beworteling), een sterker gewas en een gelijkmatiger gewasbeeld.
Wat leveren bacterie-gestuurde bodemverbeteraars op volgens onderzoek en praktijk?
Bacterie-gestuurde bodemverbeteraars leveren vooral drie dingen op: meer direct benutbare nutriënten, minder verliezen en een sterker gewasbeeld. In Wageningen-proeven (KCT) is gekeken hoe verschillende bodemverbeteraars zich gedragen in de bodem. Daarbij viel op dat berm-/maaisel dat met Compost-O® is behandeld netto stikstof kan vrijmaken en dat er in de proefopzet geen uitspoeling werd gemeten.
Ook werd bij een veelvoorkomende bodem-pH rond 5,5 een hogere (beschikbare) fosfaatvoorraad gezien bij dit behandelde materiaal. Dat kan een verklaring zijn voor praktijkwaarnemingen rond beworteling en voor de symbiose tussen plant en bacterie.
In het BIOCAS-project zijn vergelijkbare principes onderzocht rond mest/digestaat en opslag. Daar zijn lagere emissies gerapporteerd in opslagproeven, waaronder ammoniak. Samen wijzen deze bevindingen in dezelfde richting: microbiologie kan de route van nutriënten beïnvloeden, en daarmee mogelijk verliezen beperken en benutting verbeteren.
Meer informatie
De onderzoeksrapporten zijn bij Rinagro opvraagbaar. Wil je de werking beoordelen, probeer het dan eerst kleinschalig op je eigen bedrijf en meet het verschil: wat doet het in jouw mest, op jouw bodem, in jouw teelt? Heb je vragen over toepassing of wil je weten welk product past bij drijfmest of vaste mest, neem dan contact op met Rinagro.
Tekst: Marloes ten Oever
Beeld: iStock Sjo