Column: Nieuwe natuurdoelen geruisloos vastgesteld: land- en tuinbouw gaat van sluitstuk naar ruggengraat

Iedereen heeft de mond vol over 'voedselzekerheid'. Maar wat is dat woord waard als het slechts klinkt als een lege graanschuur? Voedselzekerheid zonder voedselproductie is als een dijk zonder waterkering: het staat mooi op papier, maar houdt niets tegen.
Volgens het rapport Wennink draagt de veehouderij slechts 0,4 procent bij aan onze economie. De werkelijkheid is genuanceerder. De agribusiness rondom de veehouderij draagt meer dan 2 procent bij, en afgezet tegen de maakindustrie meer dan 10 procent. De totale land- en tuinbouw is zelfs goed voor 30 procent. Om over de enorme bijdrage aan het overschot op de betalingsbalans nog maar niet te spreken. Dat is geen voetnoot. Dat is een fundament.
Toch wordt de sector weggezet als het probleem, niet als de oplossing. Alsof de boer de brandstichter is in plaats van de brandweerman. Krimp de veestapel, klinkt het. Snijd het probleem weg. Maar wie snijdt in de wortels van zijn voedselvoorziening, oogst afhankelijkheid.
Wie snijdt in de wortels van zijn voedselvoorziening, oogst afhankelijkheid
Het stikstofbeleid voelt inmiddels als een fuik waar Nederland steeds dieper in zwemt. In plaats van eruit te klimmen, blijven we rondjes draaien. Wie ooit heeft gevist weet: wie in een fuik blijft zwemmen, raakt alleen maar verder verstrikt. Ondertussen worden geruisloos nieuwe natuurdoelen vastgesteld. Duizenden hectares extra natuur. Geen ministeriële brief, geen persbericht, geen alarmbel.
Europa schrijft voor dat habitats en soorten in een 'gunstige staat van instandhouding' moeten komen. Maar wat gunstig is, wordt uitsluitend bepaald vanuit één blik: de ecologische wetenschap. Andere belangen – economie, voedselproductie, strategische autonomie – verdwijnen uit beeld.
Wat gunstig is, wordt uitsluitend bepaald vanuit één blik: de ecologische wetenschap
Volgens berekeningen van het PBL moet er nog eens 100.000 tot 150.000 hectare natuur bijkomen om 'de doelen' te realiseren. Dat is geen kleine correctie; dat is een landschappelijke aardverschuiving. En elke poging van de sector om een tegengeluid te laten horen, strandt bij het ministerie en/of de rechter. We dreigen een deel van onze materiële welvaart op te offeren – één van de meest efficiënte voedselproductiesystemen ter wereld – voor doelen die nooit in samenhang zijn/worden afgewogen. Voedsel is geen bijzaak. In een wereld vol geopolitieke spanningen is voedsel een strategische troef.
Dit probleem kan Nederland niet alleen oplossen. In Brussel worden de kaders getrokken. Als voedselzekerheid werkelijk prioriteit heeft, dan moet zowel nationaal als in Brussel de balans worden hersteld. Niet alleen natuur beschermen, maar ook voedselproductie koesteren. De boer is de ruggengraat van een land dat zichzelf wil voeden. En wie zijn ruggengraat breekt, kan niet rechtop blijven staan.
Tekst: Erik Luiten
Beeld: Susan Rexwinkel
