
Onderzoek levert nog geen duidelijke strategie op voor de beheersing na wegvallen van zaadcoating
'Week wachten met zaaien na grondbewerking voorkomt wegval van uienplanten door bonenvlieg'

Lang speelde zaadcoating een belangrijke rol in de bescherming van de uien tegen de bonen- en uienvlieg. In de zoektocht naar alternatieven blijkt dat voor de beheersing van de uienvlieg de steriele-insectentechniek (SIT) zeer effectief is. Zo’n oplossing is er tot dusver voor de bonenvlieg niet. Een belangrijke reden hiervoor is dat de bonenvlieg een brede reeks aan waardplanten heeft en zich ook op verterend organisch materiaal kan voortplanten. Naast vertering veroorzaakt ook het bewerken van de grond ‘geuren’ die aantrekkelijk zijn voor de bonenvlieg.
Zoektocht naar slimme combinatie van maatregelen
Het onderzoek naar alternatieven is uitgevoerd door WUR Open Teelten, HLB en Vertify vanuit het ketenproject Uireka. In het onderzoek is gekeken naar het slim combineren van maatregelen die aantasting door de bonenvlieg kunnen reduceren. In de proeven is de beheersing van plantwegval met enkele gewasbeschermingsmiddelen geobserveerd. Daarnaast is er gekeken of een week wachttijd tussen zaaibedbereiding en zaaien van uien schade kan beperken.

Ondanks dat er nog veel moet worden onderzocht, blijkt uit het Uireka-rapport met de eerste resultaten dat er nog geen eensluidende strategie beschikbaar is voor de bonenvlieg. Wel bleek dus dat er een lager aantal weggevallen planten zichtbaar was als ongeveer een week met zaaien werd gewacht na zaaibedbereiding.
Proeven op zes locaties met verschillende behandelingen
De proeven zijn op zes verschillende locaties uitgevoerd. In 1ste Exloërmond (DR) op de dalgrond (met als wintergewas tagetes en spitten als hoofdgrondbewerking), in 2de Exloërmond (DR) op zand-/dalgrond (geen wintergewas en grondbewerking met een vaste tand), in Vredepeel (LB) op zand (met wintergerst als vanggewas en spitten als hoofdgrondbewerking) en een tweede locatie in Vredepeel op zand (na gras en gespit). Verder was er een proef in Wouwse Plantage (NB) op zand (zonder wintergewas en waar tot 25 centimeter was geploegd) en in Dinteloord (NB) op lichte klei (na een groenbemestermengsel en waar in het najaar is gewoeld en in het voorjaar NKG is toegepast). De proefvelden werden in twee herhalingen per zaaitijdstip aangelegd, dus twaalf veldjes per locatie.
Bij de behandelde proefvelden werd er gebruikgemaakt van Belem en Nemguard als geclusterde granulaattoepassing. Ook zijn er objecten behandeld met Caprel en een enkelvoudige toepassing van Nemguard en Belem. De onderzoekers stellen dat er in uitvoering en resultaten verschillen zichtbaar zijn tussen regio’s en locaties. Voor een deel is dit toe te schrijven aan de weersomstandigheden in het voorjaar. Meer onderzoek is dus ook nog nodig om echt conclusies te kunnen trekken. Met name door meer inzicht te krijgen in de bonenvliegpopulaties en daarmee de kans op aantasting is een deel van de onzekerheid verder te verkleinen.
Wat wel opvalt, is het verschil in wegval bij de wachttijd tussen de grondbewerking en het zaaien. Gemiddeld over vier locaties was de plantwegval met een week interval tussen zaaibedbereiding en zaaien gehalveerd en daarmee significant lager dan als in versbewerkte grond werd gezaaid. Volgens de onderzoekers komt dit verschil overeen met eerder gevonden effecten van een wachtperiode.
Het rapport Strategie bonenvlieg 2025 van Uireka is hier te vinden.

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Uireka


