Nederlandse gemeenten krijgen gemiddeld 5,1 van boeren voor landbouwbeleid

Tussen de cijfers die boeren aan hun gemeenten geven, zitten flinke verschillen. Zo zijn er boeren die hun gemeente zelfs een 10 geven. Anderen zijn snoeihard en geven hun gemeente een 1. Het gros van de 360 boeren geeft hun gemeente tussen een 5 en een 8.
De enquête in aanloop naar de verkiezingen op woensdag 18 maart is in totaal 360 keer ingevuld. Voornamelijk door melkveehouders, akkerbouwers en tuinbouwers. Maar ook pluimveehouders, varkenshouders, kalverhouders, schapenhouders en geitenhouders vulden de vragenlijst van Agrio, de uitgever van deze krant, in.
Op de vraag waar boeren tevreden over zijn bij hun gemeente, wordt het meeste de visie voor de landbouw en het platteland aangegeven. Verder zijn boeren bij hun eigen gemeente te spreken over de bereikbaarheid van ambtenaren en bestuurders bij vragen, en over het beleid rond landbouwverkeer en wonen op het erf. Ook de PR-uitingen worden als positief ervaren.
In de toelichting op deze vraag zijn de reacties – ondanks de positieve vraagstelling – overwegend negatief. Boeren reageren met ‘Helaas is er hier niks positiefs te melden’, ‘Ik kan niks bedenken’ tot ‘Mijn gemeente is niet landbouwgezind’. Enkele schriftelijke toelichtingen, die op één hand te tellen zijn, zijn wat positiever: ‘De laatste jaren zijn ambtenaren meer toegankelijker geworden’ en ‘Deze gemeente denkt met je mee, mijn vorige gemeente zag een agrariër liever verdwijnen.’
Opvallend is dat boeren bij de vraag over welke punten ze binnen hun gemeente als negatief ervaren, ook de visie op de landbouw en het platteland, en de bereikbaarheid van ambtenaren en bestuurders vaak noemen. Ook beleid rond nieuwbouw en het aanpassen van het bestemmingsplan ervaren boeren als negatief. Hetzelfde geldt voor beleid op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen en landbouwverkeer, en grondbeleid.
Gezeur
Boeren worden dol van verkeersmaatregelen in het buitengebied. Zo reageert een akkerbouwer uit de agrarische gemeente Hollands Kroon in Noord-Holland dat hij niet blij wordt van drempels en wegversmallingen op buitenwegen. Het is een ergernis die vanuit veel gemeenten in Nederland terugkomt. ‘Een klein aantal bewoners weet met een boel gezeur voor elkaar te krijgen dat landbouwverkeer straks geen kant meer op kan’, schrijft een melkveehouder uit de plaats en gemeente Zoeterwoude (ZH).
Een jonge melkveehouder uit de gemeente Overbetuwe, een plek ingeklemd tussen de steden Arnhem en Nijmegen, stelt: ‘Wat het buitengebied betreft is de gemeente alleen maar gefocust op inrichting ten behoeve van de recreant (fietsen/wandelen). Dit gaat ten kostte van de normale verkeersfunctie van de wegen en de landbouwfunctie van het buitengebied.’
1.800 euro
Gemeentelijke omgevingsplannen die boeren in de weg zitten, zijn ook een doorn in het oog. ‘Er is pas een omgevingsplan aangenomen, waarbij de landbouw totaal niet is meegenomen in de besluitvorming’, schrijft een akkerbouwer uit de Groningse gemeente Westerkwartier. ‘Het plan houdt in dat boeren vergunningplichtig zijn bij grondwerkzaamheden dieper dan 40 centimeter en meer dan 100 vierkante meter, zoals bij draineren of land egaliseren. Aan bureauonderzoek ben je zo 1.800 euro kwijt.’
Een varkenshouder nabij de Veluwe vindt dat de plannen in de regio Foodvalley te leidend zijn, met weinig oog voor de landbouw. ‘Iedereen walst over de boeren heen. Wel mooie praatjes, maar geen daden.’
Ook de druk op landbouwgrond is een terugkerend issue. Boeren zien woningbouw en industrieterreinen oprukken; voor de ontwikkeling zijn gemeenten verantwoordelijk. ‘Landbouw moet ruimte inleveren ten voordeel van woningbouw, industrie en natuur’, schrijft een melkveehouder uit Kesteren (GD), gemeente Neder-Betuwe.
Ondanks alles zien boeren nog wel toekomstperspectief in de gemeente waar ze zitten met het bedrijf. Op deze vraag antwoordt 12 procent ‘mee oneens’ en 12 procent ‘volledig mee oneens’. Dat betekent dat het overgrote deel dus wél een toekomst voor zich ziet weggelegd. En als die toekomst er niet is, ligt dat vaak aan zaken die buiten de verantwoordelijkheid van de gemeente vallen, zoals Natura 2000-beleid, blijkt uit de reacties.
Gemeenten moeten landbouwgrond beter beschermen
Boeren vinden dat gemeenten landbouwgrond beter moeten beschermen. Toch zeggen ze niet tegen alle ontwikkelingen zomaar ‘nee’. Ze snappen ook wel dat dorpen en steden zich moeten ontwikkelen.
Een natuur-inclusieve groenteteler uit de Zeeuwse gemeente Borsele, die onder meer strokenteelt toepast, schrijft daarover: ‘Landbouwgrond beschermen zonder een visie is ongewenst. Het zou meer moeten gaan over de keuzes die we met elkaar te maken hebben en hoe deze bijdragen aan claims op grond. Landbouwgrond per definitie beschermen houdt in dat we blijven doen wat we al deden en niet mee veranderen in de transitie die we moeten doormaken.’
Platteland en stad
Wat verder opvalt, is het verschil tussen plattelandsgemeenten en steden. In de plattelandsgemeenten lijkt er meer begrip voor de boer. Bepaalde fusies en herindelingen van gemeenten pakken in sommige gevallen niet goed uit voor de boer. ‘Amsterdam heeft geen eenduidige visie op landbouw en ziet het gebied als een stuk publiek groen’, schrijft een melkveehouder uit de hoofdstad.
Boeren onderling soebatten over de vraag of windmolens en zonnepanelen in het landelijk gebied nu wel of geen goede ontwikkeling zijn. Gemeenten moeten bepaalde doelstellingen op het gebied van duurzame energie halen. Dat kan ten koste gaan van landbouwgrond, maar boeren ook kansen opleveren. Zo kan een windmolen geld opleveren en een boerenbedrijf verduurzamen.
Een Brabantse melkveehouder uit de gemeente Heeze-Leende schrijft: ‘Wat betreft energiebeleid gaat de gemeente ervan uit dat als duurzame energie niet binnen onze gemeentegrenzen geproduceerd wordt, de omliggende gemeenten op dit vlak wel een stapje harder gaan lopen. Wat betreft bedrijfsontwikkeling zet de gemeente in op deeltijdlandbouw.’
Eigen regels
Uiteindelijk is het heel lastig om harde conclusies vast te stellen op basis van specifieke thema's. Elke gemeente heeft haar eigen regels, beleid en visie op de landbouw. Zo kan de ene gemeente bijvoorbeeld wel geurbeleid hebben en de andere niet.
Ook kan de bedrijfssituatie verschillen. Een veehouder die niet met bedrijfsontwikkeling bezig is en gewoon al jaren door boert, heeft mogelijk minder met de gemeente te maken dan een veehouder die nieuw wil bouwen en dus waarschijnlijk regelmatig contact heeft met zijn gemeente.
Deze resultaten geven daarom een beeld op hoofdlijnen over hoe boeren denken over hun gemeente, over welke thema's en onderwerpen ze positief en negatief zijn, en of ze vertrouwen hebben in hun gemeente. Bij die laatste stelling is het aantal respondenten dat het eens en oneens is gelijk: 35 procent is het eens (volledig mee eens en gedeeltelijk mee eens is hier bij elkaar opgeteld), maar ook 35 procent is het oneens.
Als er naar alle resultaten wordt gekeken, lijken boeren over het algemeen wat negatiever te zijn over hun gemeenten dan positief, wat het gemiddelde onvoldoende rapportcijfer van 5,1 verklaart.
Boerenstem gaat naar CDA
Uit de enquête die door 360 respondenten is ingevuld, komt het CDA naar voren als favoriete boerenpartij. Ruim 23 procent geeft aan op de nieuwe regeringspartij te gaan stemmen. Vlak daarachter komt de BBB met 21 procent. Ook lokale partijen zijn populair. 20 procent gaat dat hokje tijdens de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart rood maken. Op straatlengte afstand komen Forum voor Democratie (11 procent), VVD (9 procent), SGP (8 procent) en andere partijen (zie tabel).
Dat de ene partij meer stemmen lijkt te krijgen dan de andere, kan verschillende oorzaken hebben. Zo doen bijvoorbeeld BBB en Forum voor Democratie in lang niet alle gemeenten mee. Daardoor kan het zo zijn dat een boer die eigenlijk BBB wilde stemmen voor het CDA kiest vanwege een boer die daar op de lijst staat. Dit is aan de hand van de resultaten moeilijk om vast te stellen.

Tekst: Guus Daamen
Als zoon van een fruitteler opgegroeid tussen de appelbomen in Gelderland. Tijdens mijn master Journalistiek aan de Vrije Universiteit in Amsterdam mij verder gespecialiseerd in politiek. Schrijft voor Agrio voornamelijk over Politiek en Beleid. Luistert, vraagt en onderzoekt. Andere passie: sport.

Tekst: Bas Lageschaar
Bas Lageschaar groeide op tussen de weilanden in de Achterhoek. Daardoor had hij altijd al belangstelling voor de agrarische sector. Voor Agrio zit hij in de redactie politiek en beleid. Bas volgt het laatste (regionale) nieuws op de voet en schrijft voor de regionale websites en verschillende printuitgaven.
Beeld: Patrick Klumper







