
De grote boosdoener in de aardappelteelt: aaltjes

Nu steeds minder chemische middelen beschikbaar zijn, wordt duidelijk dat aaltjesbestrijding in aardappelen niet alleen draait om wat er wordt toegepast, maar vooral om wat er in de bodem gebeurt en welke bouwplankeuzes er worden gemaakt. Inzicht in aaltjes, hun gedrag en de invloed op het gewas vormt de basis voor een beheersbare teelt.
Niet alle aaltjes zijn schadelijk. In Nederlandse bodems komen meer dan duizend soorten voor, waarvan het grootste deel een positieve rol speelt in het bodemleven en het voedselweb. Alleen een beperkt aantal plantparasitaire aaltjes dringt de wortels binnen, voedt zich en kan zodoende schade veroorzaken aan aardappelen. “Het gaat in de aardappelteelt om een relatief klein aantal soorten, maar die kunnen een groot effect hebben op opbrengst en kwaliteit,” zegt Marnix Gijlers, Crop Advisor bij Syngenta.

Schadebeeld en opbouw aaltjespopulaties
Aaltjesschade speelt zich vooral ondergronds af en wordt vaak pas laat herkend. Door zich te voeden aan de wortels en ondergrondse stengeldelen onttrekken aaltjes energie aan de plant, die niet beschikbaar is voor groei en knolvorming. In de praktijk kan dit leiden tot lagere opbrengsten, kleinere knollen en kwaliteitsproblemen zoals scheuren of onregelmatige vorm. De smaak van de aardappel blijft meestal intact, maar uiterlijke kwaliteit en sortering komen onder druk te staan, wat economisch vaak doorslaggevend is.
Een van de redenen dat schade vaak laat opvalt, is dat aaltjespopulaties zich geleidelijk opbouwen en dat er ook natuurlijke afbraak is op de momenten dat er geen waardplant staat. Sommige soorten hebben een specifieke levenscyclus en zijn slechts één keer per jaar actief. Hierdoor kan een perceel bovengronds gezond lijken, terwijl ondergronds de druk al toeneemt. Wanneer de problemen zichtbaar worden, is het vaak lastig om snel bij te sturen. Met de inzet van resistente rassen is veel te bereiken. Deze zijn doorgaans niet 100% resistent en een deel van de aaltjes weet het resistentiemechanisme te omzeilen. Aanvullende maatregelen zijn daarom noodzakelijk.
Verschil tussen percelen en het belang van meten
Niet elk perceel reageert hetzelfde op aaltjes.
Bodemtype, bouwplan en rassenkeuze beïnvloeden hoe populaties zich ontwikkelen, en ook binnen de aardappelteelt bestaan duidelijke verschillen in gevoeligheid. Voor pootaardappeltelers kan de aanwezigheid van bepaalde aaltjessoorten bovendien directe gevolgen hebben voor de teeltmogelijkheden, vanwege de regelgeving rond quarantaineaaltjes.
Omdat de risico’s per perceel sterk uiteenlopen, is diepgaand inzicht in de bodem essentieel. Syngenta zit niet stil. Om telers te ondersteunen in deze transitie, investeert het bedrijf fors in praktijkonderzoek en innovatieve technieken.
Een cruciaal onderdeel hiervan is de Interra® Scan. "In de glastuinbouw is sturen op basis van data al jaren de norm; in de akkerbouw gaan we nu diezelfde kant op. Met de Interra® Scan brengen we de bodem in beeld, de basis voor een gezonde teelt.
Zoals Gijlers het samenvat:
“Wie weet wat er in de bodem speelt, staat sterker in het teeltsysteem en kan schade beter beheersen.”
Blijf ons volgen.