
Nitrificatieremmers als belangrijke maatregel voor efficiëntere stikstofbenutting

De stikstofopname verschilt per gewas. Granen starten vroeg in het voorjaar, en kunnen met hun diepe wortelstelsel stikstof uit diepere lagen benutten. Aardappelen beginnen later en kennen een duidelijke piek in het groeiseizoen. Veel vollegrondsgroenten nemen gedurende het hele seizoen stikstof op, terwijl ze relatief ondiep wortelen.
Juist bij die ondieper wortelende gewassen is het belangrijk dat stikstof beschikbaar blijft in de bovengrond. Wordt het ammonium te snel omgezet in nitraat, dan neemt het risico toe dat nitraat uitspoelt voordat het gewas deze kan benutten.
Kwetsbare periode na bemesting
Veel stikstofverliezen ontstaan in de periode tussen bemesting en daadwerkelijke opname. In de bodem wordt ammonium van nature snel omgezet in nitraat, wat een goed opneembare vorm van stikstof is voor de plant. Nitraat is echter ook erg mobiel en gevoelig voor uitspoeling, zeker op zandgronden en bij neerslag of beregening. Het risico op uitspoeling is het grootst bij bemesting vroeg in het seizoen, in de fase dat het gewas nog weinig stikstof opneemt en het wortelstelsel beperkt is.
De publicatie Maatregelen ter beperking van stikstofverliezen in de akkerbouw benadrukt daarom het belang van de juiste timing, plaatsing in de wortelzone en het voorkomen van een nitraatoverschot in perioden waarin het gewas dit niet kan opnemen. Binnen deze bredere aanpak is een belangrijke rol weggelegd voor maatregelen die de stikstofvorm, en daarmee de beschikbaarheid, beïnvloeden. Eén van de genoemde maatregelen om stikstofverliezen effectief te beperken, is de nitrificatieremmer.
Langer beschikbaar waar het nodig is
Een nitrificatieremmer vertraagt de omzetting van ammonium naar nitraat. Daardoor blijft stikstof langer in ammoniumvorm aanwezig in de wortelzone en is deze minder gevoelig voor uitspoeling. Vooral bij aardappelen en vollegrondsgroenten kan dit zorgen voor een betere afstemming tussen stikstofaanbod en gewasvraag. De stikstof blijft beschikbaar in de bewortelbare laag en het risico op uitspoeling neemt af. Dit helpt om het stikstofaanbod beter af te stemmen op de gewasvraag en kan bijdragen aan een hogere stikstofefficiëntie.
Onderdeel van het totaalplaatje
Nitrificatieremmers zijn geen vervanging van andere maatregelen. Meten wat er in de bodem beschikbaar is, zorgvuldig bemesten en aandacht voor bodemstructuur blijven essentieel. Ook na de oogst vraagt stikstof aandacht, bijvoorbeeld door tijdig een vanggewas in te zaaien. Juist in situaties waarin een basisgift nodig is of waar het risico op vroege nitraatvorming groot is, kan een nitrificatieremmer een waardevolle aanvulling zijn.
Binnen de bredere aanpak om stikstofverliezen te beperken zijn nitrificatieremmers een bewezen effectieve maatregel. Ammoniumhoudende meststoffen met nitrificatieremmer, zoals Nutramon Care en Dynamon Care, maken het mogelijk om deze aanpak praktisch toe te passen binnen het bemestingsplan. De combinatie van directe beschikbaarheid en verlengde werking helpt om stikstof efficiënter te benutten, met minder verliezen en een efficiëntere benutting van stikstof binnen het bemestingsplan.
Tekst: OCI
Beeld: OCI
