CropLife NL wil debat over gewasbescherming blijven voeren

Het maatschappelijk debat over landbouw en gewasbescherming is intensiever geworden, constateerde Stuijt. Hij verwees naar hoe het publieke beeld in toenemende mate wordt bepaald door rechtszaken over Natura 2000-gebieden, discussies over waterkwaliteit, en zorgen over gezondheid.
„Maar wij zullen ons niet afkeren van het gesprek met de maatschappij“, zei hij. „Wij willen er actief aan deelnemen. Met openheid, met uitleg, en met respect voor verschillende perspectieven.“ Tegelijk, stelde hij, blijft CropLife NL benadrukken dat beleid en besluitvorming moeten zijn gebaseerd op wetenschap, niet op emotie.
'Polarisatie hoort bij democratie'
Polarisatie moet je niet uit de weg gaan, meende Rens Vliegenthart, hoogleraar Strategische Communicatie aan de WUR. Polarisatie, zei hij tijdens de bijeenkomst, is onderdeel van een democratie. Emoties geven aan dat mensen gecommitteerd zijn, en geïnteresseerd in het onderwerp.
Hij onderscheidde verschillende soorten polarisatie. De kloof tussen groepen mensen kan bestaan uit verschillen tussen meningen, tussen gevoelens, of tussen percepties van de werkelijkheid, onenigheid over welke feiten waar zijn. Die verschillende soorten polarisatie hebben verschillende resultaten; een verschil van mening kan leiden tot onenigheid, maar daarbij kan het geheel nog functioneren. Maar als mensen niet dezelfde feiten erkennen, hebben ze geen gemeenschappelijke grond meer om samen te werken.
En dan zag hij nog de ‘waargenomen polarisatie’, waarbij men denkt, terecht of onterecht, een kloof tussen groepen waar te nemen.
Polarisatie is van alle tijden, stelde hij; men denkt dat het erger is dan vroeger, maar vroeger dacht men dat ook al. Het is moeilijk te meten of polarisatie inderdaad toeneemt. Maar een citaat dat hij toonde, en dat de huidige tijd leek te beschrijven, was er in werkelijkheid een uit 1977, van Van Kooten en De Bie. „In tijden van polarisatie is succesvol communiceren een noodzaak“, zei Vliegenthart. „Daarmee valt de kloof te verkleinen.“
'Convenant gewasbescherming is een eerste stap'
Stuijt zag dat dus ook. „De wereld is onrustiger en onvoorspelbaarder geworden“, stelde hij. „En in een wereld vol onzekerheid is vertrouwen essentieel. Ook het vertrouwen van de samenleving dat voedselproductie veilig plaatsvindt.“
Een manier om dat vertrouwen te bereiken lijken de convenanten over gewasbescherming te zijn, die het kabinet wil afsluiten. Bij de onderhandelingen over die convenanten zitten tenslotte verschillende partijen aan tafel, en die moeten het ergens samen over eens worden.
Die convenanten zijn wat Stuijt betreft belangrijk, maar slechts een eerste stap. Volgens hem moeten de verschillende partijen na ondertekening van het convenant zich niet weer terugtrekken in hun stellingen, maar het gesprek blijven voeren. „Dat bredere gesprek gaat dan over meer“, zei hij. „Het gaat over een gezamenlijke visie op hoe de land- en tuinbouw in Nederland eruit moet zien, met een gezond economisch perspectief, zonder dat het ten koste gaat van de natuur en de vele wateren die Nederland rijk is. Met als gezamenlijk doel de prachtige producten van de Nederlandse land- en tuinbouw betaalbaar en beschikbaar te houden voor iedereen.“
