
‘Praktijkbewijs koolstofrijk boeren past in Europese wetenschapstraditie’

Tijdens een themamiddag van de Humus Academie stelde melkveehouder Harry Reuver voor om op een praktijkbedrijf te bewijzen dat opslag van veel meer koolstof in de bodem mogelijk is. Bijkomende voordelen zijn besparingen op veegezondheidszorg, kunstmest, gewasbescherming en op termijn menselijke gezondheidszorg. Reuver noemt dit allemaal maatschappelijk gewenste voordelen, waar aanschouwelijk bewijs positief op zou werken, omdat boer, consument, wetenschap en politiek daar hun gedrag op kunnen aanpassen.
Abma haalt de oudste universiteit van Nederland in herinnering. Dat was in Franeker. De noodzaak van ‘vertrouwen voelen’ in wetenschappelijke theorie was op het Europese vasteland een onderdeel van het wetenschappelijke beeld. Opknippen in deelbewijzen paste beter in de jaren die volgden, toen de Britse benadering van wetenschap dominanter werd. „Vroeger was in Europa empirie belangrijker”, aldus Abma. Empirie staat voor praktijkbewijs.
Voor toepassing van wetenschap acht Abma de verbinding met de samenleving van belang. Complexe systemen als een gezond functionerende bodem kunnen in zijn ogen beter in een breed perspectief geplaatst worden om te landen in de dagelijkse praktijk. „Dit ‘Friese model’ brengt drie werelden samen, trialiteit genaamd. Het gaat om de passie van de mensen, de taken die zij uitvoeren en oog voor het grote geheel.”
Praktijkbedrijf
Met dit brede perspectief past wetenschappelijk bewijs van bodemkwaliteit beter bij de samenleving. Een voorbeeldbedrijf dat laat zien dat hoge mate van koolstofopslag in de bodem kan en dat er voordelen voor de agrarische ondernemers en de maatschappij zijn, draagt bij aan de praktische toepassing. Waar de mensen in geloven, waar ze aan werken en wat van belang is voor het grote geheel komt dan samen.

Tekst: Jorg Tönjes
Beeld: Jorg Tönjes
