Geen groot onderzoek naar Parkinson als beroepsziekte in de landbouw

Het zogenoemde agrarische cohortonderzoek was volgens het RIVM het meest geschikt om gezondheidseffecten van beroepsmatige blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen te bestuderen. In zo’n onderzoek worden gedurende minimaal tien tot twintig jaar een grote groep werkenden in de agrarische sector gevolgd. Eventuele ziekten of gezondheidsproblemen worden in die tijd geregistreerd. Ook de mate van blootstelling aan middelen wordt geïnventariseerd. Doel is om te zien of eventuele ziektegevallen en gezondheidsproblemen in verband gebracht worden met de blootstelling aan specifieke middelen of werkzame stoffen.
Groot cohortonderzoek in de landbouw heeft nadelen
Nadeel van zo’n cohortonderzoek is dat er zeer grote groep agrariërs en medewerkers nodig is die beroepsmatig blootgesteld wordt, om uiteindelijk voldoende statistische gegevens te verzamelen. Volgens het RIVM moet dat gaan om een aantal van ongeveer 30.000. Dat terwijl er ongeveer 120.000 mensen op stabiele basis werken in de landbouw. ‘Het is daarom belangrijk om de brancheorganisaties en hun adviseurs om medewerking te vragen om vertrouwen op te bouwen en aandacht te vragen voor het belang van zo’n onderzoek’, zo schrijft minister Aartsen in zijn motivatie.
Bovendien geeft het RIVM aan dat een grote investering van mensen en tijd nodig is voor het opzetten en onderhouden van een infrastructuur en (vervolg)contacten. Het RIVM schat dat een cohortonderzoek 2,5 miljoen euro kost in de opstartfase van drie jaar. Het vervolgens blijven volgen van de deelnemers, bijvoorbeeld elke 5 tot 10 jaar, kost ongeveer 1 miljoen euro per volgronde.
Internationaal verschillende onderzoeken waar Nederland op kan meeliften
Uit het haalbaarheidsonderzoek van RIVM blijkt dat in andere landen al vergelijkbare cohortonderzoeken lopen. Bijvoorbeeld in Noorwegen, de Verenigde Staten, Frankrijk en Denemarken. ‘De vraag is in hoeverre een aanvullend cohortonderzoek in Nederland extra inzichten zou opleveren”, motiveert de minister, ‘dit maakt het misschien wel mogelijk om conclusies te trekken die specifiek zijn voor de Nederlandse situatie. Want hier vindt er bijvoorbeeld intensieve landbouw plaats op een relatief klein oppervlak. Tegelijkertijd leveren lopende onderzoeken in andere landen inzichten op die ook relevant kunnen zijn voor de Nederlandse situatie.’
Het RIVM heeft dit haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Thierry Aartsen (Werk & Participatie), mede namens de ministeries van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) en Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Anjo de Haan
Bron: Tweede Kamer
