Duidelijkere regels voor pootgoedvermeerdering voor eigen consumptieteelt

Directe aanleiding voor de verduidelijking van de ATR-regels zijn de resultaten van het traceringsonderzoek en de jaarlijkse evaluatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) met de sector over de teeltvoorschriften. Daaruit is gebleken dat de scheidslijn tussen NAK- en ATR-vermeerdering binnen samenwerkingsverbanden en bij dienstverlening niet altijd duidelijk is. Hierdoor nemen de fytosanitaire risico’s toe.
Onder aanvoering van de NVWA heeft de sector deze risico’s nader in kaart gebracht. Daarbij is vastgesteld dat de risico’s kunnen worden beperkt door verduidelijking van de ATR-beleidsregels en van de richtlijnen van het PCC-hygiëneprotocol voor de pootgoedteler en centrale bewerker. Een aanpassing van het teeltvoorschrift is niet nodig.
De voorwaarden voor ATR-vermeerdering en gebruik van het eigen vermeerderde pootgoed zijn opgenomen in de Regeling plantgezondheid. Uitgangspunt is dat dit plaatsvindt voor eigen rekening en risico van de consumptieaardappelteler en dat fytosanitaire risico’s voor NAK-pootgoed worden voorkomen. NAK-pootgoedbedrijven mogen om die reden geen ATR-vermeerdering toepassen.
Wat betekent dit voor de NAK-beleidsregels en het PCC hygiëneprotocol?
De NAK ziet toe op vermeerdering onder zowel het NAK- als ATR-regime. In de NAK-beleidsregels voor de ATR-vermeerdering wordt medio april naar aanleiding van de analyse duidelijk vastgelegd dat op één kavel slechts ATR-vermeerdering mag plaatsvinden door één consumptieaardappelteler en op dezelfde kavel geen NAK-vermeerdering mag plaatsvinden.
De richtlijnen van het PCC-hygiëneprotocol ringrot voor de pootgoedteler en voor de centrale bewerker zijn verduidelijkt door nadrukkelijk aan te geven of de richtlijnen betrekking hebben op NAK-pootgoed en/of andere aardappelen zoals ATR. Zo is duidelijk aangegeven dat kisten die in gebruik zijn voor NAK-pootgoed, niet gebruikt mogen worden voor ATR. Uiteraard blijven identificatie en tracering een belangrijke vereiste.
Handhaving pas vanaf volgend jaar
Om bedrijven de kans te bieden om hun bedrijfsvoering hierop aan te passen, wordt 2026 gezien als overgangsjaar. Vanaf 2027 moeten de poot- en consumptieaardappeltelers die betrokken zijn bij de ATR-vermeerdering, bewerking en/of opslag/bewaring, volledig en aantoonbaar voldoen aan de duidelijker omschreven NAK-beleidsregels en eisen van het PCC-hygiëneprotocol. Hierop zal worden gehandhaafd.
De Nederlandse Aardappel Organisatie (NAO), LTO, BO Akkerbouw en de Nederlandse Akkerbouw Vakbond (NAV) hebben meegewerkt aan de verduidelijking van de regels.

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Ellen Meinen
Bronnen: Gezamenlijk bericht van NAO, LTO, BO Akkerbouw, NAV
