Erkens schetst contouren convenant Gewasbescherming: KPI-sturing en gebiedsgerichte aanpak

Erkens wil binnen het convenant toewerken naar: ‘reductiedoelen en ambitieuze maatregelen voor schadelijke gewasbeschermingsmiddelen richting 2040, die zowel haalbaar als effectief zijn. Als periode voor het realiseren van deze transitie wil ik 2027–2040 aanhouden, met tussenevaluaties in 2031 en 2035 om de voortgang te monitoren en waar nodig bij te sturen.’ Voor het convenant is er een samenwerking tussen de overheid, plantaardige sector, ketenpartijen en maatschappelijke organisaties. Ook gemeenten draaien mee in het convenant-traject. Dit om te zorgen voor meer uniformiteit in gebiedsgerichte regels over gewasbeschermingsmiddelengebruik.
Lees hier: Vijf vragen over convenanten gewasbescherming: Duidelijkheid voor de boer?
Hoofddoelen en bouwstenen
Het streven van de Staatssecretaris is om te komen tot een convenant dat bestaat uit ‘hoofdafspraken’ over een gebruiksreductie die voor de gehele plantaardige sector geldt, inclusief akkerbouw en vollegrondsgroenten, glastuinbouw, fruitteelt- en boomteelt en bloembollen. Hiervoor wil hij op korte termijn met de betrokken partijen de volgende bouwstenen uitwerken. Een van de bouwstenen heeft betrekking op een reductiedoel en bedrijfsspecifieke doelsturing met KPI’s. Zo kan de voortgang worden gemeten en kan op basis van milieubelastingspunten worden bijgestuurd. Erkens denkt ook aan een ondersteunend instrumentarium om agrarische ondernemers te helpen om de transitie te versnellen. Hiervoor wil hij inzetten op drie sporen: een innovatiespoor voor ontwikkeling van weerbare plant- en teeltsystemen, een maatregelenspoor voor meer alternatieve methoden en technologieën (zoals biologische ‘groene’ gewasbeschermingsmiddelen) en een spoor gericht op precisielandbouw en robotisering.
Een andere bouwsteen betreft het verantwoord gebruik van gewasbeschermingsmiddelen waarbij de sector het voortouw neemt voor een meer sectorale borging. Toezicht en handhaving door de overheid blijven hierbij het sluitstuk. Verder wil Erkens met de betrokken partijen komen tot heldere kaders voor ruimtelijke zonering rond kwetsbare gebieden en functies. Tot slot noemt hij maatregelen voor het verbeteren van de waterkwaliteit, waaronder de gebiedsgerichte aanpak van KRW-normoverschrijdingen en beperkingen van gebruik in grondwaterbeschermingsgebieden als bouwsteen.
Kerntafel en thematafels
Om te komen tot afspraken, richt Erkens een overlegstructuur in met een kerntafel en twee thematafels. ‘De kerntafel bestaat uit het vakdepartement LVVN en IenW, sectororganisaties, ketenpartijen, een wetenschappelijke instelling, een maatschappelijke organisatie en één of meer medeoverheden. Vanuit de thematafels wordt door aanvullende partijen meegewerkt aan afspraken in het convenant over bescherming van natuur en water respectievelijk bewaking van de gezonde leefomgeving. Dit betreffen andere medeoverheden (in het bijzonder waar zij bevoegd gezag zijn, zoals ten aanzien van N2000-gebieden), maatschappelijke organisaties, sectororganisaties en de betrokken vakdepartementen LVVN, IenW en VWS’, schrijft Erkens. Hij heeft Gert-Jan Segers gevraagd om als onafhankelijk voorzitter het convenant-traject te begeleiden.
De Staatssecretaris wil dat er voor de zomer een convenant op hoofdlijnen ligt. Na de zomer vindt er dan een verdere uitwerking plaats, waarbij hoofdafspraken worden ingevuld in concrete activiteiten en tijdspaden. ‘Ook wil ik dan met de betrokken partijen bekijken hoe we voor de verschillende plantaardige sectoren tot gedetailleerde afspraken kunnen komen (‘deelconvenanten’) die aansluiten bij sectorspecifieke opgaven en urgenties.’
Tekst: Renske van Valburg
Beeld: Susan Rexwinkel
