Minister Karremans in gesprek over T-rijbewijs en seizoensarbeid

De tienjarige overgangsperiode na de invoering van het trekkerrijbewijs is sinds vorig jaar voorbij. Een ouder B-rijbewijs uit de Europese Unie - van voor 1 juli 2015 - is daarmee niet meer afdoende om een landbouwvoertuig te mogen besturen in Nederland. Vooral voor de groente- en fruitteelt voorziet Van der Plas problemen. De omvang van de problematiek is echter niet duidelijk. ‘Het is in de eerste plaats aan de landbouwsector om binnen de kaders van de regelgeving te zorgen voor voldoende gekwalificeerd personeel’, geeft Karremans aan in de beantwoording op de vragen.
De overgangsperiode van tien jaar was volgens de minister juist bedoeld om de effecten van de invoering van het T-rijbewijs voor bedrijven en burgers te verzachten, zodat die zich goed konden voorbereiden op de nieuwe situatie. Na 1 juli 2025 is het echter een feit geworden en is het officieel niet meer toegestaan om met een Nederlands of buitenlands B-rijbewijs in Nederland een landbouwvoertuig te besturen op de openbare weg.
Korte seizoensperiode maakt T-rijbewijsverplichting extra complex
Complexiteit richting de buitenlandse arbeiders is ook dat een T-rijbewijs pas na 185 dagen verblijf in Nederland kan worden bijgeschreven. Echter, de rijopleiding en het examentraject bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) kunnen wel al eerder worden gestart, zo geeft minister Karremans aan. Bovendien is een buitenlands C-rijbewijs voor betrokken seizoensarbeiders ook afdoende. ‘Ook is hier nog relevant dat de rijbewijsplicht niet geldt buiten de openbare weg, zoals op akkers, in boomgaarden en in kassen’, aldus Karremans.
Met Duitsland en België is inmiddels wel ervaring opgedaan met de erkenning van de daar geldende T-rijbewijzen. ‘De exameneisen lagen dicht bij de Nederlandse eisen, de informatie hierover was goed te vinden en de taalverschillen waren overkomelijk.’ Voor landen als Polen, Bulgarije en Roemenië is dit mogelijk anders, stelt Karremans. Ook het frequente grensverkeer van landbouwvoertuigen is een belangrijke economische onderbouwing van de erkenning van het Belgische en Duitse T-rijbewijs.
'T-rijbewijs is geen nationale kop die Nederlandse landbouw op achterstand zet'
Karremans bestrijdt dat invoering van het T-rijbewijs een nationale kop is, die de landbouw op een achterstand zet, zoals Van der Plas dat in haar vragen stelt. ‘Er bestaan namelijk geen Europese regels voor T-rijbewijzen. De bevoegdheid op dit gebied ligt geheel bij de lidstaten.’
De minister gaat desalniettemin met de landbouworganisaties in gesprek om te kijken naar de omvang van de problematiek in de sector. Dit zet mogelijk de deur op een kier voor eventuele aanvullende mogelijkheden binnen de wetgeving rond het T-rijbewijs. Karremans benadrukt echter ook het aanvankelijke uitgangspunt bij de invoering van het trekkerrijbewijs. ‘Dat iedere bestuurder van een landbouwvoertuig heeft aangetoond te voldoen aan een minimale set rijvaardigheidseisen en theoriekennis. Dit zijn nationale eisen die Nederland vanuit de verkeersveiligheid stelt. Het versoepelen van de rijbewijsplicht voor buitenlandse werknemers zou bovendien juist in Nederland woonachtige werknemers, die wel een T-rijbewijs moeten halen, benadelen als zij actief willen zijn op deze arbeidsmarkt’.

Tekst: Martin de Vries
Geboren en getogen in het Friese Oudehaske ontwikkelde Martin een grote interesse voor de landbouw. Als opgeleid journalist specialiseerde hij zich in de akkerbouw. Zijn overmatige dosis aan nieuwsgierigheid zet hij in voor het team rond Akkerwijzer.
Beeld: Ellen Meinen
Bron: Tweede Kamer
