Wetenschappers kritisch op EU-omnibusvoorstel gewasbescherming
'Dit gaat innovatie niet helpen'

De Tweede Kamer had hoogleraar ecotoxicologie Martina Vijver (Universiteit Leiden), hoogleraar milieutoxicologie Nico van den Brink (WUR) en universitair docent milieurecht Edwin Alblas (WUR) gevraagd om een oordeel over het vereenvoudigingspakket gewasbeschermingsmiddelen dat de Europese Commissie wil aannemen. Dat oordeel was eensluidend: dit gaat niet werken.
De Commissie wil de procedure voor toelating versimpelen, zodat nieuwe middelen sneller toegang vinden tot de markt. Maar dat gaat met deze voorstellen niet gebeuren, stellen de wetenschappers.
Kritiek op afschaffen herbeoordeling
Op dit moment ligt er een stapel aan aanvragen van middelen die op goedkeuring wachten, vertelde topambtenaar Klaus Berend van de Europese Commissie een maand geleden in de Tweede Kamer. En die stapel wordt alleen maar groter; er is niet genoeg capaciteit om alle aanvragen af te handelen.
Een van de maatregelen die de Commissie nu voorstelt om die aanvragen af te handelen is om de verplichte periodieke herkeuring van al bestaande middelen af te schaffen; die zouden enkel opnieuw hoeven te worden gekeurd als er aanwijzingen zijn dat ze ongewenste effecten hebben. Op die manier wordt meer capaciteit vrijgemaakt om de aanvragen voor nieuwe middelen af te handelen.
Maar dan worden nieuwe middelen anders behandeld dan al bestaande middelen, betoogde Van den Brink. Oude middelen worden niet meer gekeurd op inmiddels misschien veranderde inzichten, terwijl dat wel gebeurt met nieuwe middelen.
Vijver legde uit dat kennis over de effecten van stoffen groeit over de tijd, en dat een periodieke herbeoordeling ervoor zorgt dat al bestaande stoffen ook tegen die nieuwe kennis worden getoetst. „Die herbeoordeling is een veiligheidsslot“, zei ze. „Die moet je behouden.“
Van den Brink wees erop dat het behouden van oude stoffen ook innovatie remt. „Want dan heb je geen nieuwe stoffen nodig.“
Procedure herbeoordeling is onduidelijk
Vijver wees er ook op dat in de maatregelen die de Europese Commissie voorstelt, niet is vastgelegd hoe die risicogestuurde herbeoordeling dan zou moeten werken. „Het is niet duidelijk welke partij dan verantwoordelijk wordt voor het aanvragen van zo’n herbeoordeling, wie dat moet of kan aanvragen“, zei ze. Ook de rest van de procedure is volgens haar niet goed uitgewerkt, en dat kan leiden tot een lange doorlooptijd voor een herbeoordeling.
Als je de werkdruk bij het beoordelen van stoffen en middelen wilt verlagen, betoogde Vijver, doe dat dan op een andere manier. Zorg voor voldoende capaciteit, en werk slimmer - bijvoorbeeld door de inzet van machine learning.
Noodtoelating remt innovatie
De wetenschappers maakten ook bezwaar tegen het voornemen van de Commissie om grace periods te verlengen en om noodtoelating toe te staan. Als een middel bij herkeuring zou worden afgewezen, zou het nog achttien maanden mogen worden ingezet, om zo bestaande voorraden nog te verwerken. Die periode zou verlengd kunnen worden naar drie jaar. Alblas zette sterke vraagtekens bij deze maatregel, die dus toelaat dat bewezen schadelijke stoffen nog jarenlang gebruikt zouden mogen worden.
Ook deze maatregel zorgt ervoor dat oude middelen langer op de markt blijven en houdt zo de ontwikkeling van nieuwe middelen en praktijken tegen, stelde Vijver. Hetzelfde geldt voor noodtoelatingen. Ze gaf de suzukivlieg als voorbeeld, een plaag voor de kersenteelt. Al tien jaar worden chemische middelen tegen deze vlieg via een noodtoelating op de markt gehouden, en dat houdt innovatie - oplossingen zoals de inzet van sluipwespen en andere integrale pest control-methoden - tegen.
Positief over versnelde toelating groene middelen
De wetenschappers waren positief voor het aanleggen van een ‘green lane’ waarmee biologische stoffen en middelen, en biocontrol-methoden sneller kunnen worden toegelaten. „Zie het als een busbaan“, legde Vijver uit. „Een apart traject voor de toelating van deze middelen, zodat ze niet bovenop de stapel met andere aanvragen komen.“
Maar daarvoor is het wel nodig dat er een duidelijke classificatie van biocontrolmiddelen komt, zei ze, zodat duidelijk is welke middelen van deze versnelde procedure gebruik kunnen maken. Ook zal bij de controlerende instanties de kennis en capaciteit over biocontrol en biologische stoffen moeten worden vergroot. „Een toets op levende organismen, zoals sluipwespen, vraagt om andere kennis en een andere aanpak dan een toets op chemische middelen“, stelde ze.
Ze waren eensluidend in hun advies aan de Tweede Kamer. Versnelling van de toelating is nodig, maar de voorstellen van de Europese Commissie gaan niet helpen.
Zij bevalen aan om de herbeoordeling van stoffen op de markt te behouden, om de capaciteit bij beoordelingsinstanties te vergroten en om daar slimmer te gaan werken, en om green lanes te introduceren om groene middelen sneller op de markt te krijgen.
