Onderzekerheid groeit na vondst van Scirtothrips dorsalis in open teelt zonder duidelijke bron

Deze ontwikkeling vergroot volgens de NVWA de onzekerheid over de verspreiding van Scirtothrips dorsalis in Nederland. De autoriteit onderzoekt of deze trips in de buitenteelt heeft kunnen overwinteren of dat er sprake is van een andere manier van introductie. Het is mogelijk dat het plaagorganisme op meer locaties aanwezig is dan momenteel bekend.
Er zijn op dit moment meerdere gecontroleerde uitbraken van Scirtothrips-soorten in Nederland, maar er zijn geen aanwijzingen voor vestiging. De komende periode voert de NVWA onderzoek uit om een beter beeld te krijgen van de situatie.
De NVWA blijft samen met de plantaardige keuringsdiensten, de sectororganisaties en andere EU-lidstaten de situatie monitoren en waar nodig maatregelen nemen om verdere verspreiding te voorkomen.
Welke maatregelen worden getroffen bij vondst van Scirtothrips?
Bij vondsten legt de NVWA maatregelen op. In de buitenteelt is vernietiging van besmette planten op dit moment de enige optie, terwijl in de bedekte teelt bestrijding in sommige gevallen wel kan plaatsvinden met gewasbeschermingsmiddelen volgens een strikt schema. In beide gevallen volgt er in ieder geval een monitoringsperiode om vast te stellen dat het bedrijf weer vrij is van het plaagorganisme.
Vroege signalering is volgens de NVWA belangrijk. Wanneer partijen bij binnenkomst worden gecontroleerd en gescheiden worden gehouden van andere partijen (minimaal een meter), kan de omvang van de besmetverklaring en de daaropvolgende maatregelen worden beperkt. Bedrijven kunnen op deze manier uitbraken op hun teeltlocaties en in hun kascomplexen voorkomen.

