EFSA: Weinig resten gewasbeschermingsmiddelen in voedsel

Nationale voedselveiligheidsautoriteiten verzamelden in dat jaar 9.842 monsters van uiteenlopende voedselsoorten, van aubergines en broccoli tot rundervet en eieren. De monsters werden vooral genomen in onbewerkte landbouwproducten, en niet in verdere bewerkingen. 98,8 procent van deze monsters voldeed aan de Europese regelgeving; op 43,1 procent werden helemaal geen sporen van gewasbeschermingsmiddelen gevonden.
Bijna alle Europese voedselmonsters voldoen
Naast deze monsternemingen door nationale autoriteiten werd ook een Europa-wijd onderzoek uitgevoerd, waarbij 86.449 monsters werden genomen. Van de monsters voldeed 98,2 procent aan de Europese regels. Dat is vergelijkbaar met de resultaten van eerdere jaren.
In Nederland zijn voor dit onderzoek ruim tienduizend monsters genomen, in supermarkten, fabrieken, distributiecentra, bij importeurs en in pakhuizen. 0,9 procent daarvan voldeed niet aan de Europese normen. Voor de EU als geheel voldeed 1,8 procent daar niet aan.
De meeste overschrijdingen van de norm werden gevonden bij paprika (3,3 procent), grapefruit (2 procent) en druiven (1,6 procent).
Importvoedsel minder veilig
Voedsel dat van buiten de EU werd geïmporteerd bleek iets minder veilig; bij 5,5 procent van de monsters die aan de grenzen werden genomen, constateerde de EFSA een overschrijding van de EU-limieten. 3,6 procent viel buiten de onzekerheidsmarge; deze producten werden niet toegelaten.
4.846 monsters werden genomen aan de Nederlandse buitengrenzen. 2,7 procent daarvan voldeed niet; het ging dan vooral om bonen en chilipepers uit Kenia, rijst uit India en Pakistan, Egyptische sinaasappels, passievruchten uit Colombia en gemalen noten uit Brazilië.
