'In tijden waarin de VS en China met spierballen rollen, moet Nederland zijn voedselsysteem inzetten'

Er zijn drie manieren voor een land om naar internationale relaties te kijken, stelde Bosman tijdens een door Plantum georganiseerde bijeenkomst. Dat zijn met een focus op markt, moraal en macht. De afgelopen decennia zijn internationaal gezien stabiel geweest, waardoor vooral markt- (koopman) en morale (dominee) overwegingen op de voorgrond zijn getreden. Maar die internationale omgeving is minder stabiel geworden, met een China datsoevereiniteit nastreeft, Afrikaanse landen die zich assertiever opstellen en een VS die zich onder president Trump vooral focust op eigenbelang. In zo een wereld zal de Nederlandse en Europese buitenlandpolitiek ook meer strategisch moeten opereren. En dat betekent ook dat ons land het voedselsysteem strategisch zal moeten inzetten.
Systeem van vrijhandel verdwijnt
Dat is ook al omdat het systeem van vrijhandel onder druk staat. Landen sluiten de grenzen of stellen importtarieven in. China heeft zich de afgelopen industrieel onafhankelijk gemaakt. Op voedselgebied is het land nog niet zover, maar Bosman verwacht dat dat de komende tien jaar zal veranderen. Dat zal zijn weerslag op de internationale markt hebben; niet enkel zal China streven naar minder import, maar het zal ook zelf exporteur worden van landbouwproducten, en andere landen verdringen (iets dergelijks was dit jaar trouwens al te zien op de internationale aardappelmarkt, waar China van importeur exporteur van aardappelproducten is geworden).
Nederland moet strategisch relevant blijven
De reactie van Nederland zou niet moeten zijn om soevereiniteit na te streven, denkt Bosman. Nederland heeft de schaal niet om op internationaal niveau machtspolitiek te bedrijven. En bovendien, als je je relaties afsnijdt, doe jeinternationaal niet meer mee. In plaats van je af te sluiten, zou je als Nederland juist moeten zorgen dat je strategisch relevant blijft. Dat je - al dan niet in EU-verband - wederzijdse relaties opbouwt met andere landen, en je expertise op landbouwgebied daarvoor inzet.
„We moeten ervoor zorgen dat er een internationale orde ontstaat waarin landen niet proberen om soeverein, onafhankelijk van elkaar, te zijn, maar waarin ze met elkaar samenwerken.”
Landbouw wordt strategisch belangrijk
Het betekent ook dat de regering het strategische belang van de landbouw moet inzien, en daarmee ook een landbouwpolitiek gaat voeren waarmee ze haar positie op dat gebied versterkt. Dat gaat vooral belangrijk worden omdat de voedselzekerheid wereldwijd achteruit holt. De vooruitgang die de afgelopen decennia op dat gebied bereikt is, wordt snel afgebroken.
„China kan met veel geld van bovenaf haar handel en industrie aansturen”, stelt Bosman. „In Nederland, en in Europa, missen we daar sturingselementen voor.” Hij pleit er niet voor dat Nederland het voorbeeld van China gaat volgen, maar meer strategisch denken over de rol van landbouw is nodig. Net als watermanagement is het een van de strategische sectoren van het land, en dat vraagt om beleid om dat te versterken. Wat niet betekent dat de landbouw alle ruimte moet krijgen, haast hij zich te zeggen, maar bijvoorbeeld wel dat de regering de problemen aan moet pakken die ervoor zorgen dat de sector nu stilstaat en zich niet verder kan ontwikkelen.
