'Gecontroleerd vrijkomende meststoffen verlagen CO₂-uitstoot van aardappelteelt'

De pilot, uitgevoerd op 31,12 hectare aardappelen in Flevoland en Zuid-Holland, liet zien dat telers hun CO₂-voetafdruk per ton product met 7,5 procent konden verlagen door gebruik te maken van de biologisch afbreekbare CRF eqo.x van producent ICL. In modellen waarbij de opbrengst behouden blijft met minder kunstmestgebruik, loopt die reductie op tot 25,8 procent.
De proef vond plaats op drie aardappelbedrijven die zowel tafelaardappelen als fritesaardappelen teelden. Het belangrijkste doel was ervaring opdoen met het kwantificeren en certificeren van CO₂-reductie binnen een landbouwbedrijf.
In totaal produceerden de bedrijven 1.832 ton aardappelen, gemiddeld 58,87 ton per hectare. Daarbij stootten zij 24,76 ton CO₂-equivalenten uit – twee ton minder dan de referentiesituatie. Van die uitstoot was 44 procent gerelateerd aan de productie van kunstmest, 34 procent aan directe emissies, 20 procent aan uitspoeling en 2 procent aan vervluchtiging.
Nadere analyse van de cijfers laat een reductie zien van 1,7 procent in emissies uit productie, 12,6 procent minder directe emissies, 6,9 pocent minder uitspoeling en 35,4 procent minder vervluchtiging.

„We onderzochten hoe een hogere nutriëntenefficiëntie kon worden bereikt zonder invloed op de opbrengst”, legt Levi Bin uit, accountmanager bij Agrifirm. „Als je kijkt naar de CO₂-voetafdruk van de aardappelteelt, hangt ongeveer veertig tot vijftig procent samen met kunstmest, vooral stikstofkunstmest.”
Lager kunstmestgebruik en minder emissies op het land
CRF’s zijn gecoat zodat stikstof geleidelijk vrijkomt, afgestemd op de opname door de plant. Daardoor nemen verliezen via uitspoeling en vervluchtiging af en verbetert de nutriëntenefficiëntie. Hierdoor kunnen boeren niet alleen minder kunstmest gebruiken, maar dalen ook de emissies op het land. „Dat is een dubbel voordeel.” Daarnaast is eqo.x volgens ICL de eerste CRF die een door de EU erkend certificaat voor biologische afbreekbaarheid heeft gekregen, vooruitlopend op verplichte normen die vanaf oktober 2028 gaan gelden.
„Deze certificering laat zien waar de sector naartoe beweegt”, zegt Ronald Clemens, wereldwijd portfoliomanager CRF bij ICL. „We bieden telers een bewezen, toekomstbestendige oplossing die agronomische prestaties combineert met milieuwinst.”
Nu veel voedselverwerkers streven naar klimaatneutraliteit, heeft deze technologie volgens Levi Bin grote potentie. „Het zorgt ervoor dat de overgang naar duurzamere landbouwpraktijken die mede-gefinancierd worden door partijen die de gewassen inkopen, in plaats van dat de last volledig bij boeren ligt.” Dat geeft boeren een extra reden om over te stappen, vult Rutger Beens, medeoprichter van Proba, het bedrijf dat de emissies certificeerde, aan. „Insetting creëert een financieel model waarmee voedingsbedrijven emissiereducties binnen hun eigen keten kunnen financieren en claimen. Als dat werkt, wordt het hele project schaalbaar.”
ICL zoekt nu partners om het initiatief wereldwijd op te schalen naar duizenden hectares.
Tekst: Olivia Cooper
Beeld: ICL
