
'Bij aanpak ritnaalden verder kijken dan chemie'

Huiting gaf samen met Tjalling Douma (voormalig Productmanager Pootaardappelen bij Agrico) tijdens de Akkerbouwdag van WUR en Misset tekst en uitleg over ritnaalden. In Nederland (en de EU) zorgen ritnaalden voornamelijk voor schade in maïs en aardappelen. In maïs leidt dat tot aangevreten jonge planten en plantafval. Bij aardappelen worden knollen aangevreten wat weer resulteert in kwaliteitsproblemen.
Ritnaalden, larven van de kniptor, kennen een meerjarige levenscyclus (drie tot vijf jaar). De ei-afzet vindt plaats in de periode van eind mei tot half juli. „Een kniptor zoekt beschutting bij de ei-afzet. Een vanggewas of onderzaai kan daarom aantrekkelijk zijn voor de kniptor.”
Ei-afzet in rogge of een grasachtige in een warmer najaar is niet waarschijnlijk, zegt Huiting naar aanleiding van een vraag uit het publiek. „Het is nog niet onderzocht. Maar wat we tot nu toe weten is dat de ei-afzet eind mei tot half juli plaatsvindt. Of een populatie groter wordt, ligt aan de ei-overleving en niet door een tweede vlucht van de kniptor.”
Groenbemesters
Iemand anders wilde weten of groenbemesters (of vanggewassen) bijdragen aan het vermeerderen van ritnaalden. „Er wordt momenteel onderzocht wat het effect van groenbemesters is op ritnaalden. De uitvoering daarvan ligt bij het HLB”, zegt Huiting. Hij haalt een Canadees onderzoek aan waarbij veelbelovende resultaten zijn geboekt als het gaat om het reduceren van ritnaalden met groenbemesters. Bruine mosterd en boekweit hebben een remmend effect op ritnaalden. „Ze tasten de groei van een ritnaald aan. Maar het eten van boekweit kan ook leiden tot fysische vergroeiingen waardoor de ritnaald eerder dood kan gaan.”
Risico inschatten
Huiting adviseert telers voorafgaande aan een teelt een goede inschatting te maken van het risico op schade door ritnaalden. Risicofactoren zijn bijvoorbeeld: meerjarig grasland, gras of maïs als voorvrucht en veel grasachtige in de buurt. „Wees dus op je hoede bij veel gras. Wanneer je veel schade verwacht kan het aanpassen van de rotatie lonen.”
Waarnemen en monitoren is ook essentieel, zegt Douma. „Overweeg in een voorvrucht als graan feromoonvallen zodat je een beeld krijgt van de kniptorrenpopulatie. Dat helpt bij het voorspellen van de mate van schade en daarnaast kan je gericht actie ondernemen.” Hij vervolgt: „We hebben goede resultaten geboekt met het inzetten van nematoden tegen ritnaalden. Natte omstandigheden zijn een goed moment om nematoden in te zetten. Ritnaalden houden niet van nattigheid en migreren in natte grond naar boven naar de knolzone. Ook het inzetten van biostimulanten kan helpen doordat je de plant weerbaarder maakt.”
Nemathorin verdwijnt
Chemisch bestrijden wordt steeds lastiger, stelt Douma. „Met middelen alleen redden we het niet meer.” In de gereedschapskist zitten bijvoorbeeld nog de granulaten Force Evo en Karate 0,4 gr. Hij haalt ook nemathorin aan. „Alle signalen wijzen erop dat we volgend jaar geen beroep meer kunnen doen op nemathorin.”
Tekst: Renske van Valburg
