Graslandprijs veel minder stabiel dan prijs bouwland

Door de prijsdalingen is de gemiddelde agrarische grondprijs met 2,9 procent naar net boven de grens van 100.000 euro gezakt, na de forse prijsstijging eind vorig jaar.
Van 80.000 euro naar meer dan 100.000 euro in korte tijd
In het laatste kwartaal van 2025 steeg de graslandprijs nog veel harder dan van bouwland, namelijk met 17,7 procent. Bouwland steeg in het laatste kwartaal van 2025 met 8,6 procent naar 115.700 euro per hectare. De prijsverandering tussen de laatste twee kwartalen is veel groter dan gebruikelijk in de jaren daarvoor. Jaren waarin de gemiddelde agrarische grondprijs snel steeg van nauwelijks meer dan 80.000 euro in 2023 naar meer dan 104.000 euro eind vorig jaar.
Verhandeld areaal daalt naar 8.500 hectare
Vergeleken met het eerste kwartaal van 2025 nam de oppervlakte verhandelde grond met 4,5 procent af, naar 8.500 hectare. Maar het verhandelde areaal in vergelijking met het totaal areaal landbouwgrond steeg in het eerste kwartaal van 2026 licht, van 1,83 naar 1,88 procent, als gevolg van het jaarlijks afnemende totale landbouwareaal.
Iets meer grondmobiliteit
In de laatste 4 kwartalen, van het tweede kwartaal van 2025 tot en met het eerste kwartaal van 2026, is in totaal 33.500 hectare grond in andere handen overgegaan. Dat is 580 hectare en 1,8 procent meer dan in dezelfde periode een jaar eerder, van het tweede kwartaal van 2024 tot en met het eerste kwartaal van 2025. De laatste jaren stijgt de grondmobiliteit licht.
Provinciale grondprijzen reageren trager op markt
De agrarische grondmarkt laat in het eerste kwartaal van 2026 opnieuw regionale verschillen zien. Dat is opvallend omdat de landelijke prijzen juist dalen. Het verschil hangt samen met de rekenmethode van het Kadaster. Landelijke prijzen zijn gebaseerd op de feitelijke transacties per kwartaal.
Provinciale prijzen worden daarentegen berekend als een voortschrijdend gemiddelde over vier kwartalen, waardoor ze trager reageren op actuele marktontwikkelingen. Door de sterke prijsstijgingen eind 2025 werken die eerdere pieken nog door in de provinciale cijfers, die daardoor ondanks de recente afkoeling nog een stijgende trend laten zien.
Noord-Nederland
In Noord-Nederland, met Groningen, Friesland, Drenthe en Flevoland, overheerst een stijgend beeld. Friesland noteert een plus van 6,0 procent en komt uit op circa 69.900 euro per hectare, waarmee het ondanks de stijging de goedkoopste provincie blijft. Drenthe volgt met een stijging van 5,2 procent naar ruim 91.000 euro per hectare. Flevoland stijgt met 4 procent tot ongeveer 206.500 euro per hectare en blijft daarmee veruit de duurste provincie van Nederland. Groningen wijkt af van deze lijn en laat als enige in deze regio een daling zien, met een afname van 1,8 procent tot ongeveer 89.200 euro per hectare.
Oost-Nederland
In Oost-Nederland, bestaande uit Overijssel en Gelderland, zet de prijsstijging door. Gelderland kent met 6,9 procent een van de sterkste stijgingen van het land en komt uit op bijna 96.000 euro per hectare. In Overijssel stijgt de grondprijs met 4,6 procent tot ruim 92.700 euro per hectare. Het gemiddelde prijsniveau in deze regio ligt daarmee rond de 94.000 euro per hectare, wat wijst op aanhoudende vraag naar landbouwgrond.
Zuid-Nederland
Zuid-Nederland, met Limburg, Noord-Brabant en Zeeland, laat eveneens een stijgende trend zien, zij het met verschillen tussen provincies. Noord-Brabant bereikt na een verdere stijging een niveau van ruim 120.000 euro per hectare en blijft daarmee een van de duurste provincies buiten Flevoland. Limburg stijgt door naar circa 101.000 euro per hectare. Zeeland vormt de uitzondering met een lichte daling van 0,3 procent en komt uit rond 93.700 euro per hectare. Gemiddeld ligt het prijsniveau in Zuid-Nederland rond de 105.000 euro per hectare.
West-Nederland
In West-Nederland, bestaande uit Noord-Holland, Zuid-Holland en Utrecht, blijven de prijzen hoog met beperkte verschuivingen. Utrecht springt eruit met de sterkste stijging van alle provincies, 8,1 procent, en komt uit op circa 96.600 euro per hectare. Zuid-Holland stijgt door naar ruim 106.700 euro per hectare. Noord-Holland laat een lichte daling zien van 0,8 procent en komt uit op ongeveer 106.600 euro per hectare. Het regionale gemiddelde ligt daarmee rond de 103.000 euro per hectare.
Grondmobiliteit
De relatieve grondmobiliteit varieert over de 4 laatste kwartalen van 0,95 procent in Flevoland tot 2,8 procent in Limburg. In vergelijking met 1 jaar eerder is de relatieve grondmobiliteit het sterkst gedaald in Flevoland met 0,6 procentpunt en in Overijssel 0,4 procentpunt. De relatieve grondmobiliteit is het sterkst gestegen in Limburg met 0,6 procentpunt en in Noord-Holland met 0,4 procentpunt.

Tekst: Erik Colenbrander
Ervaren freelance vakjournalist (52), opgeleid als ingenieur melkveehouderij en van jongs af aan gefascineerd door de boerenwereld en in het bijzonder de melkveehouderij en het weer. Met veel plezier richt ik me de laatste jaren ook op de akkerbouw, in het kader van een 'leven lang leren'.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Susan Rexwinkel

